dinsdag 26 mei 2009

Een weekje Togo

Een weekje Togo: het uiterste Noorden en het uiterste Zuiden: beiden even ondraaglijk warm. In Dapaong ligt dat gewoon aan het klimaat in die streek, dichter bij de woestijn. In Lomé lag het aan het uitblijven van regen. Al twee weken wachten ze erop terwijl het regenseizoen volop bezig is.

Onze week begon zondag (17/05) met een prachtige rit van Zuid-Bénin naar Noord-Togo: adembenemende landschappen, kilometers ver kunnen kijken zonder een huis te zien en wanneer je er wel zag, zagen ze er supergezellig uit. Allemaal lemen hutjes in een cirkel. Zo’n 4-5 cirkels die samen een dorp vormen. Hier en daar een stadje doorrijden waar de markt altijd aan de weg lag en volop aan de gang was. Op de rustigere stukken enkel de uitgestrektheid en af en toe een kudde koeien die oversteekt.

Het kleine nadeel van ‘op stage zijn’ is dat je moet werken, maar het grote voordeel is dat je tijdens je werk vaak op plaatsen komt die je als gewone toerist nooit zou gezien hebben.

Dinsdag zijn we bijvoorbeeld een dorpje gaan bezoeken om de boeren daar te ontmoeten en te interviewen. Er stond spijtig genoeg niets op het veld. De boeren waren de velden net aan het klaarmaken om te gaan zaaien. We wandelden mee met één van hen naar zijn veld. Zelden iemand met zo vriendelijke ogen gezien. Hij legde ons uit hoe alles in zijn werk ging om tomaten te kweken en legde ook het grootste probleem uit waarmee hij geconfronteerd wordt: bodemerosie. Bijna de helft van zijn grond kan hij niet meer gebruiken omdat de bodem 2-3 meter verzakt is. Daarna gingen we allemaal in de schaduw van een mangoboom zitten om een paar vragen te stellen. De mensen daar stonden ons uitgebreid te woord en vroegen niets in ruil. Tegenover sommige andere ervaringen hier was dat een hele verademing.
We waren gewoon welkom, ze spendeerden een paar uren van hun kostbare tijd aan ons bezoek, midden in een drukke periode op het veld en waren gewoon blij ons te mogen ontvangen. En wij waren dankbaar dat we even mee mochten kijken op hun veld en naar hun verhalen konden luisteren.

Donderdagochtend zijn we Lomé vertrokken. We reden via een andere weg terug zuidwaarts en ook deze rit was werkelijk prachtig. Als er iets is wat ik van mijn korte bezoek aan Togo zal onthouden zijn het wel die prachtige landschappen, die uitgestrektheid die ik daarvoor nooit had kunnen aanschouwen.

We hadden al opgezocht waar we wouden slapen, maar we vonden het niet direct. Dat kwam doordat het geen echt hotel bleek te zijn. We belden aan en de eigenaar werd opgetrommeld om ons te komen verwelkomen. Een gekke, enthousiaste Fransman kwam ons op een ZEM tegemoet gereden. Hij liet ons binnen, toonde de kamer en nam ons mee op café want Belgen kunnen niet te lang zonder bier redeneerde hij. Terwijl ik al twee maanden zit te verlangen naar een wijntje, maar een verfrissend pintje was ook welkom na zo een lange rit.
Deze man, Guillaume, is het toonbeeld van integratie: hij spreekt de lokale taal (Mina), kent elk klein gebaar en elke handeling die van je verwacht wordt.

Hij heeft onze avonden in Lomé gevuld door ons overal mee naartoe te sleuren: even hallo zeggen aan ‘papa’, aan ‘grand frère nummer 1, nummer 2, nummer 3,…’,… hij heeft ons ‘Solabi’ laten proeven: een soort likeur gedistilleerd uit palmwijn. Straf spul maar lekker.
We betaalden de prijs van een hotel maar kregen er een thuis voor in ruil: overdag werkten we op hun terras, net zoals in Bohicon, ’s avonds aten we met hun (heerlijke maaltijden trouwens: mix tussen Afrikaans en Europees), iedereen trakteerde om de beurt en we babbelde hele avonden vol.
Deze mensen (2 Togolese zussen met elk hun (Frans)man, waarvan één Guillaume was) zijn echt fantastisch. Als er iemand ooit beslist naar Lomé te gaan, dan is dit zeker een aanrader: L’arbre des voyages heet het, te vinden in Lonely Planet. Je zal het je niet beklagen.

We hebben door hun ook niet enkel ‘Europese’ gesprekken kunnen voeren, ze hebben ons ook voorgesteld aan allemaal vrienden van hun. Vrienden met wie je heel eerlijk en open kon praten/discussiëren en dat luchtte op. Guillaume heeft ook ons gevoel bevestigd: Yovo betekent inderdaad niet altijd iets vriendelijk. Wij vonden dat het soms redelijk denigrerend overkwam als het niet uit de mond van een kind kwam en iedereen daar bevestigde dat, ook de Togolezen.

Nu zijn we weer thuis: hetzelfde gevoel als toen we van Cotonou kwamen: thuiskomen. De buren zwaaien en vragen hoe het was, de mensen in onze vaste winkels zijn blij ons te zien, ze dachten dat we al terug vertrokken waren, thuis wensen ze ons allemaal ‘Bonne arrivée’ en Erudit, de zoon des huizes staat weer elke ochtend aan ons raam te springen om goeiemorgen te zeggen ‘Yovo, Yovo!’, ‘Bonjour Yovo!’. Hem vergeven we het, hij is nog geen 2, supermooi kind met een zeer uitgesproken eigen willetje, waarschijnlijk een beetje zoals ikzelf als ik klein was (en velen zullen zeggen nog steeds). In het begin had hij schrik van ons, we zijn de eerste blanken die dij ooit gezien heeft maar nu is hij bijna niet meer weg te slaan bij ons.

zaterdag 16 mei 2009

Nog maar 4 weken...

Het is nog minder dan een maand, en net nu beginnen er allemaal dingen te wennen.
Ik begin stilaan te beseffen dat ik hier ook zo ongelofelijk veel ga missen: het vers fruit, ons terras,… We beginnen ons nu net thuis te voelen. Als er iets gebeurd waar we ons daarvoor zo door konden laten doen, zijn we dat nu op 5 minuten vergeten. Iemand vraagt een cadeau, we negeren het gewoon en lopen door, of als we in een vriendelijkere bui zijn, zeggen we vriendelijk ‘non’, maar doorlopen doen we toch. 2 meter verder staat er toch weer een kindje dat niets vraagt en zijn handje uitsteekt of verlegen aan de rokken van zijn moeder gaat hangen, met een gefascineerd gezichtje. ‘Wat zijn dat voor rare, witte wezens?’, zie je het denken. De allerkleinsten zijn meestal bang. Ze zwaaien en roepen heel uitbundig maar wanneer je dichter komt om een handje te geven kruipen ze weg. Van zodra je terug een paar stappen achteruit doet, leven ze weer helemaal op, vol bewondering en verbazing kijken ze naar onze bleke huid.
Ik kijk steeds bewuster rond, om elk detail in mij op te nemen, om er zeker van te zijn dat ik elke situatie of straatbeeld van ons dagelijks leven terug zal kunnen oproepen.

Er heerst nu een bijna permanente gelukkige ondertoon. Bernd springt terug op elk muurtje, net zoals in België, hij hangt weer aan de takken van de bomen, hangt de flauwe plezante uit en zingt de hele dag door. Als de kindjes beginnen zingen placeert hij een dansje, waardoor ze uitgebreid beginnen schaterlachen. Als ze er ooit al aan gedacht hadden cadeaus te vragen dan zijn ze dat nu zeker en vast vergeten.

Misschien heb ik het hier zo moeilijk gehad omdat de Afrikaanse cultuur wie weet wel het meest verschilt van die van ons. Misschien hadden we gewoon tijd nodig om eraan te wennen en hadden de mensen hier tijd nodig om aan ons te wennen. En dan nog, in België is ook niet alles rozengeur en maneschijn. De mindere zaken vermijd je gewoon of handel je snel af. Dat doen we hier ook.
Misschien moet je Afrika gewoon leren appreciëren en doe je daar iets langer over.
Mensen hier zijn, naar onze normen, redelijk onbeleefd. En niet enkel als het op vragen aankomt: in hun neus peuteren, zeer luid rochelen (of iets dat daarop lijkt),… Belgische mannen zetten zich ook wel eens langs de kant van de weg om de boompjes water te geven maar hier stellen ze zich het liefste zo opzichtig mogelijk op, bij voorkeur tegenovergesteld aan de rijrichting. Onlangs zagen we er nog een staan die zich midden op de baan amuseerde met een grote regenplas nog groter te maken.
De vrijpostigheid die hen kenmerkt is ook opvallend. Ze vragen om het even wat zonder dat een beetje in te kleden of in te leiden. Dat roept een redelijk wrang gevoel op bij een bescheiden Belgisch meisje, zijnde ikzelf. Het is niet echt verschieten maar eerder verontwaardiging. Je bent op een paar dingen voorbereid maar onbeleefdheid hoorde daar voor mij niet bij. Dingen vragen ja, maar zo ongegeneerd? Soit, daar heb ik het hier het moeilijkste mee gehad maar tegelijkertijd is het ook dat dat ervoor gezorgd heeft dat ik er mij heb kunnen overzetten. Zij onbeleefd? Ik ook onbeleefd. Nu ja, naar onze normen, niet naar de hunne. En altijd met de glimlach. Ookal blijft ‘non’ ‘non’ met of zonder glimlach, je komt er blijkbaar gemakkelijker vanaf met. Ik betaal altijd met mijn rechterhand, ik loop altijd mooi bedekt over straat en vraag altijd aan de collega’s of ik iets kan meebrengen van de winkel. Dus wat dat betreft kleur ik nog steeds mooi binnen de lijntjes. En bovendien: wie weet vinden zij onze geslotenheid en afstandelijkheid die wij dan weer redelijk beleefd vinden, ongelofelijk onbeleefd.
Daarnaast heb ik ondertussen zelf een Benineesje in huis dus dat versnelt het gewenningsproces ook een beetje. Zinnetjes als ‘C’est trop bon!’ of ‘Ou bien?’ rollen er als niets uit bij Bernd. Hij maakt dezelfde geluiden, lacht ondertussen even uitbundig en begint zelfs gelijkaardige grapjes te maken… hopelijk komt dat allemaal terug in orde wanneer we terug zijn…
Ook mijn intonatie verandert stilletjes aan en mijn reacties lijken ook steeds meer op die van hier. Ik kan ondertussen ookal perfect hun Frans verstaan, hoe snel ze ook spreken. De standaard-gesprekjes over ‘la nuit était bonne?’ en ‘on a fait un peu?’ lukken ook al perfect en komen er zelfs automatisch uit.
Onze chauffeur zei donderdag: ‘Vous êtes si content depuis 2 jours, comment ça se fait?”. Daar is een heel simpel antwoord op te verzinnen: we voelen ons beter en beter thuis in Bohicon. De stad die in de reisgids vermeld wordt ‘as nothing but a transport junction’ is onze thuis in Bénin geworden.
We hebben pas ontdekt hoe het marktsysteem werkt en welke mango’s nu echt het beste smaken maar we zouden toch nooit alles kunnen ontdekken. Zelfs niet als we langer zouden blijven. Dus, in de mate van het mogelijke, hebben we hier ons eigen wereldje gecreëerd: een mix tussen conserve-eten en vers fruit en brood met ’s middags warme gerechten van kraampjes op straat , een mix tussen de warme zon en de verfrissende regen, van werkstress en reisgevoel,…

Off we go, vanaf morgen laten we ons huisje een weekje achter en vertrekken we naar Togo.

woensdag 13 mei 2009

Luxe en thuiskomen

Een paar dagen in Cotonou: een droom die waarheid wordt. We hebben het zodanig lang kunnen uitstellen dat het net na de helft van ons verblijf viel. Het was het begin van een drukke tweede stagehelft.

We werden gebracht door Honorat (collega van op kantoor in Bohicon). Net voor we de stad inreden wisselden we van chauffeur. We stapten over in de wagen van het regionaal kantoor bij onze chauffeur van de eerste week, de held die ons gered had van de vissers, Maurice. Halima zat bij hem in de wagen. Zoals altijd zag ze er weer stralend uit: perfect op maat gemaakte kleren in prachtige (en denk ik ook dure) stoffen. De stiksels vervullen een groter nut dan enkel de verschillende delen van de bloes of rok samenhouden: ze versieren het geheel en zorgen ervoor dat deze vrouw indruk op je maakt. Dat doet ze niet enkel door haar kleren. De manier waarop ze spreekt en haar houding geven haar een bepaalde allure die ik tot nu toe niet echt kan thuisbrengen. Ze doet ons een beetje denken aan een koningin. Die woordkeuze doet haar misschien een beetje hautain overkomen maar dat brengt ze perfect in evenwicht door de manier waarop ze zich gedraagt. Ze is vriendelijk en behulpzaam en geeft een geïnteresseerde indruk. Een vriendelijke koningin dus.
We stappen zo snel mogelijk in. De hitte die je tegemoet komt in Cotonou is zwaar en vochtig, moeilijker te verdragen dan in Bohicon. Zeker als je uit een wagen met airco komt. En nog meer als je weet dat je eigenlijk heel snel in een ander wagen kan stappen waar er weer airco is.
We zetten Halima ergens af en werden dan naar ‘huis’ gebracht. We mogen voor ons verblijf in de stad bij Amidou thuis logeren. Hijzelf is er niet, hij komt pas twee dagen later.
Bruno verwelkomt ons. Het is leuk om bekende gezichten te zien. Ook de frigo, de kamer zonder kakkerlakken of ander ongedierte en het gasvuur (met als gevolg warm avondeten) geven ons onmiddellijk een fantastisch gevoel van luxe. We kijken naar elkaar en weten alletwee dat dit een weekendje genieten wordt. ’s Avonds eten we, voor de eerste keer sinds lange tijd, een warme maaltijd. Couscous met heerlijk gebraden en gekruide kip met daarbij verse avocado’s met vinaigrette. Wanneer we gaan slapen dromen we al van de volgende dag: naast het warme avondeten wacht ons hier namelijk ook een heerlijk ontbijt: omelet met tomaatjes, look en pepers en koffie met echte melk. Puur genot!

Na dat ontbijt moesten we niet aan de was beginnen of ons huis kuisen (wat we meestal wel tot ons takenpakket mogen rekenen op zaterdag), nee, we gingen naar het kantoor om Halima te zien. Zij bracht ons schitterend nieuws: de internetverbinding was aangelegd. En niet eens zoals in Bohicon, waar het redelijk duur is (zoals bij ons vroeger, via de telefoonlijn en per uur betalend). Hier in Cotonou kan je het vergelijk met telenet: een forfaitair bedrag per maand voor snel internet. Ookal moest ik werken voor school, het was heerlijk om zonder schuldgevoel over de prijs en op normaal (redelijk Belgisch) tempo op internet te kunnen.

De dagen erna waren druk: snel dingen regelen omdat we nu eindelijk eens op het hoofdkantoor feedback konden inwinnen en ook omdat sommige zaken enkel hier kunnen geregeld worden. Ons geld laten overmaken op de rekening, informatie vragen voor onze visa en ons verblijf in Togo volgende week, bepaalde documenten inkijken,…

Voor we het goed en wel beseften zaten we dinsdag in de wagen terug naar Bohicon. Hoewel we het niet verwacht hadden (we hadden erg uitgekeken naar ons verblijf in Cotonou), waren we ontzettend blij terug thuis te zijn. “Bienvenu à Bohicon” stond er op het bord te lezen. Wel, we voelden ons zeer ‘bienvenu’. De buren die ‘bonsoir” zeggen, ons fantastisch dakterras en ons eigen ritme verder zetten. De prijzen en de weg kennen, weten wat je mag verwachten van de internetverbinding in ‘le cyber’, perfect kunnen inschatten hoe lang je erover doet om brood en ananas te kopen,… Ik heb mij voor de eerste keer in Bénin terug thuis gevoeld.

zaterdag 9 mei 2009

Meer foto's

Meer foto's op http://www.facebook.com/album.php?aid=77654&id=796983248&l=2d0d06a338

Foto's

Ik heb nu even het geluk van permanent en snel internet te hebben dus een deze dagen volgen er meer foto's.

Er staan al een paar foto's op facebook van de eerste 3 weken: http://www.facebook.com/album.php?aid=74916&id=796983248&l=e34844f88c.

woensdag 6 mei 2009

Update beestjes

We zitten op een doordeweekse dag op ons terras. We hebben al meerdere maken aan ons eigen Ledebergs dakterras gedacht en aan de rustige dagen die we er onszelf gaan gunnen als we terug zijn.
Maar op minstens evenveel momenten hebben we er elkaar op gewezen hoe erg we dit terras gaan missen: het is immens groot. Je zit net goed: afgesloten genoeg om een geborgen thuisgevoel te creëren en open genoeg om nog steeds heel goed te beseffen waar je bent. In Bénin, of meerbepaald in Bohicon, en dan nog aan de rand van de stad. Een plaats die we aan ZEM-chauffeurs aanduiden als ‘L’arrondissement Ouawé Ouassako’. Een plaats waar mensen er van houden om blijkbaar amusante gesprekken te doen overkomen als hevige ruzies. Handengeklap of een bulderlach moet ons telkens weer geruststellen. Een plaats waar baby’s huilen en honden blaffen. Een plaats waar het nooit stil is. Maar klagen doe ik niet, het went en het maakt ondertussen deel uit van mijn leventje hier. Een leventje van amper 11 weken waar ik vandaag nog de stempel ‘gelukkig’ op plakte. Ik ga, eenmaal terug in België, weer moeten wennen aan het verschil in volume van omgevingsgeluid en in afmetingen van het dakterras.

We zitten dus, zoals ik al zei, op een doordeweekse dag op ons dakterras. Ik lees over vrouwenrechten en de schending ervan terwijl Bernd zich in stilte bezighoudt met beschrijvingen van Tom Lanoye zijn momenten van zelfbevrediging. Terwijl we lezen draait mijn hoofd ongeveer 3 keer per bladzijde naar links en naar rechts om een andere, hier ook zeer actieve, levensvorm in het oog te houden: beestjes. Ik zeg al lang tegen Bernd dat mijn vorige blog daarover dringend aan een update toe is. Na vandaag heb ik daar nog meer reden voor.

De motten die zich onder de straatverlichting verzamelden, zoals ik in een vorige blog beschreef, blijken ondertussen heel andere beestjes te zijn. Niemand kan er een naam op plakken, maar ik kan met zekerheid zeggen dat het geen motten zijn. Het enige wat we ervan weten is dat ze na de regen komen en niet enkel meer op straatverlichting afkomen. Nee, ondertussen hebben ze een nieuwe plaats gevonden om te vertoeven: de lamp boven ons hoofd. Ze vliegen zo veel mogelijk tegen elkaar en andere zaken aan, tot ze hun vleugels verliezen en neervallen. Dan kruipen ze op de grond verder (of waar ze ook gevallen zijn) en haken ze zicht per koppeltje in elkaar. Zo kruipen ze verder. Een paar uur later blijven nog enkel de vleugeltjes over. Een hele berg vleugeltjes wel. Ze zijn met zodanig veel dat een echt rustige avond op het terras er niet echt inzit als het geregend heeft. Maar gelukkig hebben deze beestjes, naast een op zich al kort leven, ook een kort ‘seizoen’. Ze waren er nog niet toen we hier toekwamen en ondertussen zijn ze al een tijdje weer verdwenen. Ook als het geregend heeft.

Maar ze hebben plaatsgemaakt voor een nieuwe vijand: we worden sinds enkele dagen geterroriseerd door bijen. Ik ben er in België al niet zo happig op, maar hier houden ze er een heel rare gewoonte op na. Zelfs als we gewoon rustig zitten te eten of te lezen, vliegen ze recht op je af. Ze cirkelen even rond je hoofd om zich daarna meermaals op je hoofd te laten vallen. Eenmaal ze dat genoeg gedaan hebben, nestelen ze zich in je haar, waar ze even hard blijven verder zoemen tot je ze er hebt uitgekregen. Voorlopig zijn we nog niet gestoken maar hoe haal je in godsnaam een bij uit je haar, die er voor alle duidelijkheid niet uit wil, zonder dat je vroeg of laat gestoken wordt? Afwachten, wie weet komen we terug met het antwoord.

Tussendoor hebben we ook nog ontdekt dat vleermuizen hier overdag met hele zwermen overvliegen. ’s Avonds beperkt het zich tot een verdwaald exemplaar dat even snel weer weg is als dat we het zagen komen. Nog een verrassing toen we ontdekten dat kakkerlakken konden vliegen, zij het op een zeer onhandige manier, net iets beter dan een kip, maar toch. Het maakt mij alleszins niet rustiger wanneer ik weer sta af te wassen met zo ééntje op nog geen meter van mij. Ik dacht dat ze enkel konden kruipen, dat is een beweging waar je iets beter op kan anticiperen en dat stelde me dus gerust. Maar zolang ik Bernd zijn gezicht zie opfleuren elke keer we zoiets nieuws ontdekken, kan ik ermee leven. Hij heeft zijn roeping gemist: hij had bioloog moeten worden. Gefascineerd kijkt hij naar elk beestje en elke activiteit die ze ondernemen.

Ik, zo zal uit hetvolgende blijken, ben iets minder gefascineerd. Mij interesseert het eerder hoe snel ik kan zijn tegenover zo een beestje. Meestal net snel genoeg, zo blijkt. Ik heb mij de laatste weken zo flink weten te houden. Nooit gedacht dat ik de afwas zou doen met recht voor mij op de muur een kakkerlak of een grote gifgroene spin een paar centimeter verder. Maar aan die heldentocht is vandaag een einde gekomen. Er kwam ons een muis vergezellen. Een beest waarvan ik net op tijd ingeschat had dat ik onmogelijk sneller kon zijn. Ik zat al met mijn voeten op de stoel om er toch al zeker van te zijn dat ze niet per ongeluk over mijn voeten zou lopen, of erger, langs mijn broekspijp omhoog zou kruipen, maar toen ze onder mijn stoel door rende deed ik iets waarvan ik dacht dat niemand dat ooit echt gedaan had. Ik sprong zoals in de tekenfilms of stripverhalen met beiden voeten op tafel. Gillen deed ik net niet.

Ik kan dus met zekerheid zeggen dat ik ons dakterras, en op sommige momenten de geluiden ga missen. Maar de beestjes, die keer ik zonder spijt de rug toe wanneer ik naar België terugkeer.

maandag 27 april 2009

“C’est un cadeau”

We hebben ons deze week weer volledig kunnen opladen met positieve energie! En dat deed deugd!
Want ookal genieten we van veel zaken hier, sommige vallen tegen. En wat er vooral voor zorgt dat deze opvallen is eigenlijk gewoon dat het steeds dezelfde zaken zijn: het onderhandelen en de vaak volledig foute veronderstellingen die mensen hebben over ons, Yovos. Maar als je het positief wil bekijken: enkel die dingen zijn minder dus laat ons even de tijd nemen om ons op de andere te concentreren.
Om voor mezelf en de lezers hier, de vorige berichten een beetje goed te maken, volgt hier een oplijsting van positieve dingen die ik de afgelopen week meegemaakt heb!

We kregen maandag te horen dat we dinsdag al vertrokken naar ‘Département des Colinnes’, meerbepaald naar Glazoué, Dassa en Savalou. Maandag was dus redelijk hectisch: alles nog snel afwerken en dan klaarmaken voor 3 dagen ‘op het terrein’ :-).
Dinsdag zijn we vroeg vertrokken, op tijd zoals gepland. We zijn snel onze bagage gaan afzetten in het hotel en doorgereden naar de eerste vergadering. Die heeft redelijk lang geduurd maar was zeer interessant. We hebben een nog beter zicht gekregen op wat VECO hier doet. De maniokprojecten bezoeken in de dorpen zelf, had daar ook al voor gezorgd maar nu werd het ‘theoretische’ gedeelte duidelijker. De ‘plans d’actions 2009’ werden er voorgesteld: schitterend om te zien hoe ze dat hier doen. Elk puntje wordt tot in detail uitgelegd en besproken, op elke vraag van de partnerorganisaties wordt uitgebreid antwoord gegeven. Het feit dat alles bespreekbaar is, leidde af en toe ook wel tot hevige discussies maar alles was tenminste duidelijk voor iedereen. Ook de protocols die samen ondertekend worden, hebben onze collega’s laten voorlezen door de partners zelf. Sommigen konden goed, anderen iets minder goed lezen maar allen waren ze wel fier dat ze het tot een goed einde brachten. Heerlijk om die gezichten te zien, en de lach op hun gezicht als er een paragraaf afgewerkt was of als ze een foutje maakten.

Die avond in het hotel heb ik het prachtigste onweer ooit gezien. Het is moeilijk te beschrijven maar ik probeer. Terwijl we buiten zaten met onze cola en ons pintje ‘Béninoise’, werd de lucht steeds zwaarder, zoals altijd hier als het gaat regenen. In België is dat ook zo, maar hier is dat gevoel en de kleuren erbij toch veel intenser. In de verte, ik denk zo’n 20 kilometer van ons, zagen we dat het al donker was door de wolken die dicht op elkaar gepakt waren en zeer laag hingen. Achter dat wolkendek begon het te bliksemen, en net doordat er zoveel wolken voor zaten, verlichten de bliksems grote delen van de hemel. Prachtig om te zien, en ook prachtig hoeveel kleuren daarbij komen kijken: van oranje tot paars, wit en alle tinten van blauw en grijs. Toen het dichter kwam, werd het minder mooi. We vluchten snel naar binnen door de hevige wind die kwam opzetten en de even hevige regen die erop volgde. Ookal werd onze gezellige avond buiten verstoord door het onweer, die afkoeling doet hier toch altijd deugd en we hadden kunnen genieten van een prachtig schouwspel. Toen we op de kamer ook nog een beetje actualiteit tot ons konden nemen op ‘France 24’, was het helemaal goed. Eerste avond in Glazoué geslaagd!

De volgende dag begon ook weer vroeg, met een bezoek aan de markt. Daar kon Bernd zich voor de eerste keer sinds het incident op de ‘Route des pêches’ weer volledig uitleven met zijn fototoestel en camera. Ookal loop ik daar meestal een beetje verloren achter, en krijg ik af en toe snel iets toegestopt dat hij op dat moment niet kan dragen, het was leuk om hem weer zo bezig te zien. Ik heb ondertussen mijn kennis over de lokale producten bijgeschaafd in een gesprekje met de collega’s. De twee mannelijke collega’s hebben trouwens elk 2 hanen gekocht om in het weekend met de familie op te eten. Het is toch redelijk grappig hoe die mannen dat aanpakken: even wegen, wegstappen met een afkeurende blik, teruggaan, de prijs nog eens vragen, nog eens wegen en weer wegstappen, soms nog een beetje langer blijven staan. Ik denk dat ze er samen toch zo’n 20 vastgehad hebben. Maar uiteindelijk zijn er toch 4 prachtexemplaren mee naar huis gegaan. Goed gedaan!

Daarna zijn we nog een zeer interessante vergadering gaan bijwonen. Ook deze dag was lang maar goed. ’s Avonds waren we moe, en hebben we dus, ondanks de warmte en geen ventilator toch goed kunnen slapen.

Donderdag, de laatste dag van ons verblijf in ‘les Colinnes’ zijn we een rijstproject gaan bezoeken. Ook weer een zeer leuke ervaring. Vriendelijke mensen, schattige kindjes en een wandelingetje in het dorp, deden ons met een positief gevoel terug naar huis keren. We deden eerst nog een tussenstop in ‘Centre des papillons’. Een centrum met ‘bibliothèque verte’, plaatselijke producten en gericht op ecotoerisme en uitwisselingen tussen Europese en Afrikaanse jongeren. Leuk om te ontdekken dat er ook hier mensen bewust met milieu bezig zijn.

Op de terugweg belde er een collega die al terug in Bohicon was om te zeggen dat er 2 dagen geen stroom ging zijn. We hadden eigenlijk gepland om mails te sturen en blogs te posten maar dat werd uitgesteld. Toen we aankwamen was het toch al redelijk laat, dus gingen we met een paar winkel/markt/andere winkel-tussenstops naar huis. ’s Avonds hadden we een paar uur terug stroom dus hebben we toch nog alles kunnen opladen om de volgende dag te werken. Maar… een paar uur later was het uit met de pret. Eva heeft een hele nacht en dag in bed gelegen. Ziek. Ik heb ondertussen wel nog een paar zaken voor de reportages gedaan en een paar mails en brieven voorbereid maar veel was het niet.

Onze typische zaterdag (kuisen en de was doen) is niet kunnen doorgaan: deze keer was het water afgesloten. We hebben er niet te lang bij stilgestaan. We waren alletwee ook nog niet echt superenergiek door vrijdag ziek te zijn. We besloten onze emmers op het koertje te zetten om eventuele regen op te vangen en de ZEM te nemen naar Abomey, ‘Chez Monique’. Normaal is dat een ritueel dat voor zondag gehouden wordt, maar thuis konden we toch niet veel doen. De ZEM die ons naar daar bracht was snel onderhandeld: ofwel beginnen ze ons te kennen ofwel zijn we iets assertiever geworden. Ook de terugweg bracht een leuke verrassing: de ZEM van vorige week bracht ons naar huis aan een wel heel Beninese prijs: 600 CFA (net geen euro). Normaal zijn we blij als we tot 800 CFA kunnen onderhandelen. We moesten hem wel op voorhand betalen omdat hij zijn ‘Carte de …’ (niet verstaan welke kaart hij bedoelde) niet mee had en hij dan een boete moest betalen. Hij deed zijn ‘ZEM-hemd’ uit en reed ‘en civil’ met ons naar Bohicon. Hij zei vriendelijk ‘peut-être à la semaine prochaine, on ne sait jamais les amis’ en reed weer weg. Zo’n eerlijke oprechte glimlach was een leuke afsluiter van de dag. Toen daarna de vrouw waar we elke dag een ananas kopen, er ons weer een cadeau deed met de boodschap ‘Ça me gène que vous prenez toujours les petits ananas. Celui là vient de Alladah. C’est un cadeau. S’il vous plait.’ werd ik nog gelukkiger. We wandelden naar huis in de regen. Een tocht die we normaal met de ZEM doen, maar deze keer lukte het onderhandelen iets minder. In plaats van te blijven palaveren, beslisten we van gewoon te stappen. Het was toch koeler door de regen. Op die wandeling hebben tientallen kinderen en volwassen ons begroet met het typische liedje dat ik eerder beschreef en met ‘bonsoir’, ‘soyez les bienvenus’ en ‘bonne arrivée’. Dat is leuk, al voel ik mij wel soms als de paus, heel de tijd aandachtig de mensen begroeten en mijn hand die bijna nooit normaal naast mijn lichaam hangt omdat ik naar iedereen terug aan het wuiven ben. Maar soit, als het dat maar is, geen enkel probleem.