Een weekje Togo: het uiterste Noorden en het uiterste Zuiden: beiden even ondraaglijk warm. In Dapaong ligt dat gewoon aan het klimaat in die streek, dichter bij de woestijn. In Lomé lag het aan het uitblijven van regen. Al twee weken wachten ze erop terwijl het regenseizoen volop bezig is.
Onze week begon zondag (17/05) met een prachtige rit van Zuid-Bénin naar Noord-Togo: adembenemende landschappen, kilometers ver kunnen kijken zonder een huis te zien en wanneer je er wel zag, zagen ze er supergezellig uit. Allemaal lemen hutjes in een cirkel. Zo’n 4-5 cirkels die samen een dorp vormen. Hier en daar een stadje doorrijden waar de markt altijd aan de weg lag en volop aan de gang was. Op de rustigere stukken enkel de uitgestrektheid en af en toe een kudde koeien die oversteekt.
Het kleine nadeel van ‘op stage zijn’ is dat je moet werken, maar het grote voordeel is dat je tijdens je werk vaak op plaatsen komt die je als gewone toerist nooit zou gezien hebben.
Dinsdag zijn we bijvoorbeeld een dorpje gaan bezoeken om de boeren daar te ontmoeten en te interviewen. Er stond spijtig genoeg niets op het veld. De boeren waren de velden net aan het klaarmaken om te gaan zaaien. We wandelden mee met één van hen naar zijn veld. Zelden iemand met zo vriendelijke ogen gezien. Hij legde ons uit hoe alles in zijn werk ging om tomaten te kweken en legde ook het grootste probleem uit waarmee hij geconfronteerd wordt: bodemerosie. Bijna de helft van zijn grond kan hij niet meer gebruiken omdat de bodem 2-3 meter verzakt is. Daarna gingen we allemaal in de schaduw van een mangoboom zitten om een paar vragen te stellen. De mensen daar stonden ons uitgebreid te woord en vroegen niets in ruil. Tegenover sommige andere ervaringen hier was dat een hele verademing.
We waren gewoon welkom, ze spendeerden een paar uren van hun kostbare tijd aan ons bezoek, midden in een drukke periode op het veld en waren gewoon blij ons te mogen ontvangen. En wij waren dankbaar dat we even mee mochten kijken op hun veld en naar hun verhalen konden luisteren.
Donderdagochtend zijn we Lomé vertrokken. We reden via een andere weg terug zuidwaarts en ook deze rit was werkelijk prachtig. Als er iets is wat ik van mijn korte bezoek aan Togo zal onthouden zijn het wel die prachtige landschappen, die uitgestrektheid die ik daarvoor nooit had kunnen aanschouwen.
We hadden al opgezocht waar we wouden slapen, maar we vonden het niet direct. Dat kwam doordat het geen echt hotel bleek te zijn. We belden aan en de eigenaar werd opgetrommeld om ons te komen verwelkomen. Een gekke, enthousiaste Fransman kwam ons op een ZEM tegemoet gereden. Hij liet ons binnen, toonde de kamer en nam ons mee op café want Belgen kunnen niet te lang zonder bier redeneerde hij. Terwijl ik al twee maanden zit te verlangen naar een wijntje, maar een verfrissend pintje was ook welkom na zo een lange rit.
Deze man, Guillaume, is het toonbeeld van integratie: hij spreekt de lokale taal (Mina), kent elk klein gebaar en elke handeling die van je verwacht wordt.
Hij heeft onze avonden in Lomé gevuld door ons overal mee naartoe te sleuren: even hallo zeggen aan ‘papa’, aan ‘grand frère nummer 1, nummer 2, nummer 3,…’,… hij heeft ons ‘Solabi’ laten proeven: een soort likeur gedistilleerd uit palmwijn. Straf spul maar lekker.
We betaalden de prijs van een hotel maar kregen er een thuis voor in ruil: overdag werkten we op hun terras, net zoals in Bohicon, ’s avonds aten we met hun (heerlijke maaltijden trouwens: mix tussen Afrikaans en Europees), iedereen trakteerde om de beurt en we babbelde hele avonden vol.
Deze mensen (2 Togolese zussen met elk hun (Frans)man, waarvan één Guillaume was) zijn echt fantastisch. Als er iemand ooit beslist naar Lomé te gaan, dan is dit zeker een aanrader: L’arbre des voyages heet het, te vinden in Lonely Planet. Je zal het je niet beklagen.
We hebben door hun ook niet enkel ‘Europese’ gesprekken kunnen voeren, ze hebben ons ook voorgesteld aan allemaal vrienden van hun. Vrienden met wie je heel eerlijk en open kon praten/discussiëren en dat luchtte op. Guillaume heeft ook ons gevoel bevestigd: Yovo betekent inderdaad niet altijd iets vriendelijk. Wij vonden dat het soms redelijk denigrerend overkwam als het niet uit de mond van een kind kwam en iedereen daar bevestigde dat, ook de Togolezen.
Nu zijn we weer thuis: hetzelfde gevoel als toen we van Cotonou kwamen: thuiskomen. De buren zwaaien en vragen hoe het was, de mensen in onze vaste winkels zijn blij ons te zien, ze dachten dat we al terug vertrokken waren, thuis wensen ze ons allemaal ‘Bonne arrivée’ en Erudit, de zoon des huizes staat weer elke ochtend aan ons raam te springen om goeiemorgen te zeggen ‘Yovo, Yovo!’, ‘Bonjour Yovo!’. Hem vergeven we het, hij is nog geen 2, supermooi kind met een zeer uitgesproken eigen willetje, waarschijnlijk een beetje zoals ikzelf als ik klein was (en velen zullen zeggen nog steeds). In het begin had hij schrik van ons, we zijn de eerste blanken die dij ooit gezien heeft maar nu is hij bijna niet meer weg te slaan bij ons.
dinsdag 26 mei 2009
zaterdag 16 mei 2009
Nog maar 4 weken...
Het is nog minder dan een maand, en net nu beginnen er allemaal dingen te wennen.
Ik begin stilaan te beseffen dat ik hier ook zo ongelofelijk veel ga missen: het vers fruit, ons terras,… We beginnen ons nu net thuis te voelen. Als er iets gebeurd waar we ons daarvoor zo door konden laten doen, zijn we dat nu op 5 minuten vergeten. Iemand vraagt een cadeau, we negeren het gewoon en lopen door, of als we in een vriendelijkere bui zijn, zeggen we vriendelijk ‘non’, maar doorlopen doen we toch. 2 meter verder staat er toch weer een kindje dat niets vraagt en zijn handje uitsteekt of verlegen aan de rokken van zijn moeder gaat hangen, met een gefascineerd gezichtje. ‘Wat zijn dat voor rare, witte wezens?’, zie je het denken. De allerkleinsten zijn meestal bang. Ze zwaaien en roepen heel uitbundig maar wanneer je dichter komt om een handje te geven kruipen ze weg. Van zodra je terug een paar stappen achteruit doet, leven ze weer helemaal op, vol bewondering en verbazing kijken ze naar onze bleke huid.
Ik kijk steeds bewuster rond, om elk detail in mij op te nemen, om er zeker van te zijn dat ik elke situatie of straatbeeld van ons dagelijks leven terug zal kunnen oproepen.
Er heerst nu een bijna permanente gelukkige ondertoon. Bernd springt terug op elk muurtje, net zoals in België, hij hangt weer aan de takken van de bomen, hangt de flauwe plezante uit en zingt de hele dag door. Als de kindjes beginnen zingen placeert hij een dansje, waardoor ze uitgebreid beginnen schaterlachen. Als ze er ooit al aan gedacht hadden cadeaus te vragen dan zijn ze dat nu zeker en vast vergeten.
Misschien heb ik het hier zo moeilijk gehad omdat de Afrikaanse cultuur wie weet wel het meest verschilt van die van ons. Misschien hadden we gewoon tijd nodig om eraan te wennen en hadden de mensen hier tijd nodig om aan ons te wennen. En dan nog, in België is ook niet alles rozengeur en maneschijn. De mindere zaken vermijd je gewoon of handel je snel af. Dat doen we hier ook.
Misschien moet je Afrika gewoon leren appreciëren en doe je daar iets langer over.
Mensen hier zijn, naar onze normen, redelijk onbeleefd. En niet enkel als het op vragen aankomt: in hun neus peuteren, zeer luid rochelen (of iets dat daarop lijkt),… Belgische mannen zetten zich ook wel eens langs de kant van de weg om de boompjes water te geven maar hier stellen ze zich het liefste zo opzichtig mogelijk op, bij voorkeur tegenovergesteld aan de rijrichting. Onlangs zagen we er nog een staan die zich midden op de baan amuseerde met een grote regenplas nog groter te maken.
De vrijpostigheid die hen kenmerkt is ook opvallend. Ze vragen om het even wat zonder dat een beetje in te kleden of in te leiden. Dat roept een redelijk wrang gevoel op bij een bescheiden Belgisch meisje, zijnde ikzelf. Het is niet echt verschieten maar eerder verontwaardiging. Je bent op een paar dingen voorbereid maar onbeleefdheid hoorde daar voor mij niet bij. Dingen vragen ja, maar zo ongegeneerd? Soit, daar heb ik het hier het moeilijkste mee gehad maar tegelijkertijd is het ook dat dat ervoor gezorgd heeft dat ik er mij heb kunnen overzetten. Zij onbeleefd? Ik ook onbeleefd. Nu ja, naar onze normen, niet naar de hunne. En altijd met de glimlach. Ookal blijft ‘non’ ‘non’ met of zonder glimlach, je komt er blijkbaar gemakkelijker vanaf met. Ik betaal altijd met mijn rechterhand, ik loop altijd mooi bedekt over straat en vraag altijd aan de collega’s of ik iets kan meebrengen van de winkel. Dus wat dat betreft kleur ik nog steeds mooi binnen de lijntjes. En bovendien: wie weet vinden zij onze geslotenheid en afstandelijkheid die wij dan weer redelijk beleefd vinden, ongelofelijk onbeleefd.
Daarnaast heb ik ondertussen zelf een Benineesje in huis dus dat versnelt het gewenningsproces ook een beetje. Zinnetjes als ‘C’est trop bon!’ of ‘Ou bien?’ rollen er als niets uit bij Bernd. Hij maakt dezelfde geluiden, lacht ondertussen even uitbundig en begint zelfs gelijkaardige grapjes te maken… hopelijk komt dat allemaal terug in orde wanneer we terug zijn…
Ook mijn intonatie verandert stilletjes aan en mijn reacties lijken ook steeds meer op die van hier. Ik kan ondertussen ookal perfect hun Frans verstaan, hoe snel ze ook spreken. De standaard-gesprekjes over ‘la nuit était bonne?’ en ‘on a fait un peu?’ lukken ook al perfect en komen er zelfs automatisch uit.
Onze chauffeur zei donderdag: ‘Vous êtes si content depuis 2 jours, comment ça se fait?”. Daar is een heel simpel antwoord op te verzinnen: we voelen ons beter en beter thuis in Bohicon. De stad die in de reisgids vermeld wordt ‘as nothing but a transport junction’ is onze thuis in Bénin geworden.
We hebben pas ontdekt hoe het marktsysteem werkt en welke mango’s nu echt het beste smaken maar we zouden toch nooit alles kunnen ontdekken. Zelfs niet als we langer zouden blijven. Dus, in de mate van het mogelijke, hebben we hier ons eigen wereldje gecreëerd: een mix tussen conserve-eten en vers fruit en brood met ’s middags warme gerechten van kraampjes op straat , een mix tussen de warme zon en de verfrissende regen, van werkstress en reisgevoel,…
Off we go, vanaf morgen laten we ons huisje een weekje achter en vertrekken we naar Togo.
Ik begin stilaan te beseffen dat ik hier ook zo ongelofelijk veel ga missen: het vers fruit, ons terras,… We beginnen ons nu net thuis te voelen. Als er iets gebeurd waar we ons daarvoor zo door konden laten doen, zijn we dat nu op 5 minuten vergeten. Iemand vraagt een cadeau, we negeren het gewoon en lopen door, of als we in een vriendelijkere bui zijn, zeggen we vriendelijk ‘non’, maar doorlopen doen we toch. 2 meter verder staat er toch weer een kindje dat niets vraagt en zijn handje uitsteekt of verlegen aan de rokken van zijn moeder gaat hangen, met een gefascineerd gezichtje. ‘Wat zijn dat voor rare, witte wezens?’, zie je het denken. De allerkleinsten zijn meestal bang. Ze zwaaien en roepen heel uitbundig maar wanneer je dichter komt om een handje te geven kruipen ze weg. Van zodra je terug een paar stappen achteruit doet, leven ze weer helemaal op, vol bewondering en verbazing kijken ze naar onze bleke huid.
Ik kijk steeds bewuster rond, om elk detail in mij op te nemen, om er zeker van te zijn dat ik elke situatie of straatbeeld van ons dagelijks leven terug zal kunnen oproepen.
Er heerst nu een bijna permanente gelukkige ondertoon. Bernd springt terug op elk muurtje, net zoals in België, hij hangt weer aan de takken van de bomen, hangt de flauwe plezante uit en zingt de hele dag door. Als de kindjes beginnen zingen placeert hij een dansje, waardoor ze uitgebreid beginnen schaterlachen. Als ze er ooit al aan gedacht hadden cadeaus te vragen dan zijn ze dat nu zeker en vast vergeten.
Misschien heb ik het hier zo moeilijk gehad omdat de Afrikaanse cultuur wie weet wel het meest verschilt van die van ons. Misschien hadden we gewoon tijd nodig om eraan te wennen en hadden de mensen hier tijd nodig om aan ons te wennen. En dan nog, in België is ook niet alles rozengeur en maneschijn. De mindere zaken vermijd je gewoon of handel je snel af. Dat doen we hier ook.
Misschien moet je Afrika gewoon leren appreciëren en doe je daar iets langer over.
Mensen hier zijn, naar onze normen, redelijk onbeleefd. En niet enkel als het op vragen aankomt: in hun neus peuteren, zeer luid rochelen (of iets dat daarop lijkt),… Belgische mannen zetten zich ook wel eens langs de kant van de weg om de boompjes water te geven maar hier stellen ze zich het liefste zo opzichtig mogelijk op, bij voorkeur tegenovergesteld aan de rijrichting. Onlangs zagen we er nog een staan die zich midden op de baan amuseerde met een grote regenplas nog groter te maken.
De vrijpostigheid die hen kenmerkt is ook opvallend. Ze vragen om het even wat zonder dat een beetje in te kleden of in te leiden. Dat roept een redelijk wrang gevoel op bij een bescheiden Belgisch meisje, zijnde ikzelf. Het is niet echt verschieten maar eerder verontwaardiging. Je bent op een paar dingen voorbereid maar onbeleefdheid hoorde daar voor mij niet bij. Dingen vragen ja, maar zo ongegeneerd? Soit, daar heb ik het hier het moeilijkste mee gehad maar tegelijkertijd is het ook dat dat ervoor gezorgd heeft dat ik er mij heb kunnen overzetten. Zij onbeleefd? Ik ook onbeleefd. Nu ja, naar onze normen, niet naar de hunne. En altijd met de glimlach. Ookal blijft ‘non’ ‘non’ met of zonder glimlach, je komt er blijkbaar gemakkelijker vanaf met. Ik betaal altijd met mijn rechterhand, ik loop altijd mooi bedekt over straat en vraag altijd aan de collega’s of ik iets kan meebrengen van de winkel. Dus wat dat betreft kleur ik nog steeds mooi binnen de lijntjes. En bovendien: wie weet vinden zij onze geslotenheid en afstandelijkheid die wij dan weer redelijk beleefd vinden, ongelofelijk onbeleefd.
Daarnaast heb ik ondertussen zelf een Benineesje in huis dus dat versnelt het gewenningsproces ook een beetje. Zinnetjes als ‘C’est trop bon!’ of ‘Ou bien?’ rollen er als niets uit bij Bernd. Hij maakt dezelfde geluiden, lacht ondertussen even uitbundig en begint zelfs gelijkaardige grapjes te maken… hopelijk komt dat allemaal terug in orde wanneer we terug zijn…
Ook mijn intonatie verandert stilletjes aan en mijn reacties lijken ook steeds meer op die van hier. Ik kan ondertussen ookal perfect hun Frans verstaan, hoe snel ze ook spreken. De standaard-gesprekjes over ‘la nuit était bonne?’ en ‘on a fait un peu?’ lukken ook al perfect en komen er zelfs automatisch uit.
Onze chauffeur zei donderdag: ‘Vous êtes si content depuis 2 jours, comment ça se fait?”. Daar is een heel simpel antwoord op te verzinnen: we voelen ons beter en beter thuis in Bohicon. De stad die in de reisgids vermeld wordt ‘as nothing but a transport junction’ is onze thuis in Bénin geworden.
We hebben pas ontdekt hoe het marktsysteem werkt en welke mango’s nu echt het beste smaken maar we zouden toch nooit alles kunnen ontdekken. Zelfs niet als we langer zouden blijven. Dus, in de mate van het mogelijke, hebben we hier ons eigen wereldje gecreëerd: een mix tussen conserve-eten en vers fruit en brood met ’s middags warme gerechten van kraampjes op straat , een mix tussen de warme zon en de verfrissende regen, van werkstress en reisgevoel,…
Off we go, vanaf morgen laten we ons huisje een weekje achter en vertrekken we naar Togo.
woensdag 13 mei 2009
Luxe en thuiskomen
Een paar dagen in Cotonou: een droom die waarheid wordt. We hebben het zodanig lang kunnen uitstellen dat het net na de helft van ons verblijf viel. Het was het begin van een drukke tweede stagehelft.
We werden gebracht door Honorat (collega van op kantoor in Bohicon). Net voor we de stad inreden wisselden we van chauffeur. We stapten over in de wagen van het regionaal kantoor bij onze chauffeur van de eerste week, de held die ons gered had van de vissers, Maurice. Halima zat bij hem in de wagen. Zoals altijd zag ze er weer stralend uit: perfect op maat gemaakte kleren in prachtige (en denk ik ook dure) stoffen. De stiksels vervullen een groter nut dan enkel de verschillende delen van de bloes of rok samenhouden: ze versieren het geheel en zorgen ervoor dat deze vrouw indruk op je maakt. Dat doet ze niet enkel door haar kleren. De manier waarop ze spreekt en haar houding geven haar een bepaalde allure die ik tot nu toe niet echt kan thuisbrengen. Ze doet ons een beetje denken aan een koningin. Die woordkeuze doet haar misschien een beetje hautain overkomen maar dat brengt ze perfect in evenwicht door de manier waarop ze zich gedraagt. Ze is vriendelijk en behulpzaam en geeft een geïnteresseerde indruk. Een vriendelijke koningin dus.
We stappen zo snel mogelijk in. De hitte die je tegemoet komt in Cotonou is zwaar en vochtig, moeilijker te verdragen dan in Bohicon. Zeker als je uit een wagen met airco komt. En nog meer als je weet dat je eigenlijk heel snel in een ander wagen kan stappen waar er weer airco is.
We zetten Halima ergens af en werden dan naar ‘huis’ gebracht. We mogen voor ons verblijf in de stad bij Amidou thuis logeren. Hijzelf is er niet, hij komt pas twee dagen later.
Bruno verwelkomt ons. Het is leuk om bekende gezichten te zien. Ook de frigo, de kamer zonder kakkerlakken of ander ongedierte en het gasvuur (met als gevolg warm avondeten) geven ons onmiddellijk een fantastisch gevoel van luxe. We kijken naar elkaar en weten alletwee dat dit een weekendje genieten wordt. ’s Avonds eten we, voor de eerste keer sinds lange tijd, een warme maaltijd. Couscous met heerlijk gebraden en gekruide kip met daarbij verse avocado’s met vinaigrette. Wanneer we gaan slapen dromen we al van de volgende dag: naast het warme avondeten wacht ons hier namelijk ook een heerlijk ontbijt: omelet met tomaatjes, look en pepers en koffie met echte melk. Puur genot!
Na dat ontbijt moesten we niet aan de was beginnen of ons huis kuisen (wat we meestal wel tot ons takenpakket mogen rekenen op zaterdag), nee, we gingen naar het kantoor om Halima te zien. Zij bracht ons schitterend nieuws: de internetverbinding was aangelegd. En niet eens zoals in Bohicon, waar het redelijk duur is (zoals bij ons vroeger, via de telefoonlijn en per uur betalend). Hier in Cotonou kan je het vergelijk met telenet: een forfaitair bedrag per maand voor snel internet. Ookal moest ik werken voor school, het was heerlijk om zonder schuldgevoel over de prijs en op normaal (redelijk Belgisch) tempo op internet te kunnen.
De dagen erna waren druk: snel dingen regelen omdat we nu eindelijk eens op het hoofdkantoor feedback konden inwinnen en ook omdat sommige zaken enkel hier kunnen geregeld worden. Ons geld laten overmaken op de rekening, informatie vragen voor onze visa en ons verblijf in Togo volgende week, bepaalde documenten inkijken,…
Voor we het goed en wel beseften zaten we dinsdag in de wagen terug naar Bohicon. Hoewel we het niet verwacht hadden (we hadden erg uitgekeken naar ons verblijf in Cotonou), waren we ontzettend blij terug thuis te zijn. “Bienvenu à Bohicon” stond er op het bord te lezen. Wel, we voelden ons zeer ‘bienvenu’. De buren die ‘bonsoir” zeggen, ons fantastisch dakterras en ons eigen ritme verder zetten. De prijzen en de weg kennen, weten wat je mag verwachten van de internetverbinding in ‘le cyber’, perfect kunnen inschatten hoe lang je erover doet om brood en ananas te kopen,… Ik heb mij voor de eerste keer in Bénin terug thuis gevoeld.
We werden gebracht door Honorat (collega van op kantoor in Bohicon). Net voor we de stad inreden wisselden we van chauffeur. We stapten over in de wagen van het regionaal kantoor bij onze chauffeur van de eerste week, de held die ons gered had van de vissers, Maurice. Halima zat bij hem in de wagen. Zoals altijd zag ze er weer stralend uit: perfect op maat gemaakte kleren in prachtige (en denk ik ook dure) stoffen. De stiksels vervullen een groter nut dan enkel de verschillende delen van de bloes of rok samenhouden: ze versieren het geheel en zorgen ervoor dat deze vrouw indruk op je maakt. Dat doet ze niet enkel door haar kleren. De manier waarop ze spreekt en haar houding geven haar een bepaalde allure die ik tot nu toe niet echt kan thuisbrengen. Ze doet ons een beetje denken aan een koningin. Die woordkeuze doet haar misschien een beetje hautain overkomen maar dat brengt ze perfect in evenwicht door de manier waarop ze zich gedraagt. Ze is vriendelijk en behulpzaam en geeft een geïnteresseerde indruk. Een vriendelijke koningin dus.
We stappen zo snel mogelijk in. De hitte die je tegemoet komt in Cotonou is zwaar en vochtig, moeilijker te verdragen dan in Bohicon. Zeker als je uit een wagen met airco komt. En nog meer als je weet dat je eigenlijk heel snel in een ander wagen kan stappen waar er weer airco is.
We zetten Halima ergens af en werden dan naar ‘huis’ gebracht. We mogen voor ons verblijf in de stad bij Amidou thuis logeren. Hijzelf is er niet, hij komt pas twee dagen later.
Bruno verwelkomt ons. Het is leuk om bekende gezichten te zien. Ook de frigo, de kamer zonder kakkerlakken of ander ongedierte en het gasvuur (met als gevolg warm avondeten) geven ons onmiddellijk een fantastisch gevoel van luxe. We kijken naar elkaar en weten alletwee dat dit een weekendje genieten wordt. ’s Avonds eten we, voor de eerste keer sinds lange tijd, een warme maaltijd. Couscous met heerlijk gebraden en gekruide kip met daarbij verse avocado’s met vinaigrette. Wanneer we gaan slapen dromen we al van de volgende dag: naast het warme avondeten wacht ons hier namelijk ook een heerlijk ontbijt: omelet met tomaatjes, look en pepers en koffie met echte melk. Puur genot!
Na dat ontbijt moesten we niet aan de was beginnen of ons huis kuisen (wat we meestal wel tot ons takenpakket mogen rekenen op zaterdag), nee, we gingen naar het kantoor om Halima te zien. Zij bracht ons schitterend nieuws: de internetverbinding was aangelegd. En niet eens zoals in Bohicon, waar het redelijk duur is (zoals bij ons vroeger, via de telefoonlijn en per uur betalend). Hier in Cotonou kan je het vergelijk met telenet: een forfaitair bedrag per maand voor snel internet. Ookal moest ik werken voor school, het was heerlijk om zonder schuldgevoel over de prijs en op normaal (redelijk Belgisch) tempo op internet te kunnen.
De dagen erna waren druk: snel dingen regelen omdat we nu eindelijk eens op het hoofdkantoor feedback konden inwinnen en ook omdat sommige zaken enkel hier kunnen geregeld worden. Ons geld laten overmaken op de rekening, informatie vragen voor onze visa en ons verblijf in Togo volgende week, bepaalde documenten inkijken,…
Voor we het goed en wel beseften zaten we dinsdag in de wagen terug naar Bohicon. Hoewel we het niet verwacht hadden (we hadden erg uitgekeken naar ons verblijf in Cotonou), waren we ontzettend blij terug thuis te zijn. “Bienvenu à Bohicon” stond er op het bord te lezen. Wel, we voelden ons zeer ‘bienvenu’. De buren die ‘bonsoir” zeggen, ons fantastisch dakterras en ons eigen ritme verder zetten. De prijzen en de weg kennen, weten wat je mag verwachten van de internetverbinding in ‘le cyber’, perfect kunnen inschatten hoe lang je erover doet om brood en ananas te kopen,… Ik heb mij voor de eerste keer in Bénin terug thuis gevoeld.
zaterdag 9 mei 2009
Foto's
Ik heb nu even het geluk van permanent en snel internet te hebben dus een deze dagen volgen er meer foto's.
Er staan al een paar foto's op facebook van de eerste 3 weken: http://www.facebook.com/album.php?aid=74916&id=796983248&l=e34844f88c.
Er staan al een paar foto's op facebook van de eerste 3 weken: http://www.facebook.com/album.php?aid=74916&id=796983248&l=e34844f88c.
woensdag 6 mei 2009
Update beestjes
We zitten op een doordeweekse dag op ons terras. We hebben al meerdere maken aan ons eigen Ledebergs dakterras gedacht en aan de rustige dagen die we er onszelf gaan gunnen als we terug zijn.
Maar op minstens evenveel momenten hebben we er elkaar op gewezen hoe erg we dit terras gaan missen: het is immens groot. Je zit net goed: afgesloten genoeg om een geborgen thuisgevoel te creëren en open genoeg om nog steeds heel goed te beseffen waar je bent. In Bénin, of meerbepaald in Bohicon, en dan nog aan de rand van de stad. Een plaats die we aan ZEM-chauffeurs aanduiden als ‘L’arrondissement Ouawé Ouassako’. Een plaats waar mensen er van houden om blijkbaar amusante gesprekken te doen overkomen als hevige ruzies. Handengeklap of een bulderlach moet ons telkens weer geruststellen. Een plaats waar baby’s huilen en honden blaffen. Een plaats waar het nooit stil is. Maar klagen doe ik niet, het went en het maakt ondertussen deel uit van mijn leventje hier. Een leventje van amper 11 weken waar ik vandaag nog de stempel ‘gelukkig’ op plakte. Ik ga, eenmaal terug in België, weer moeten wennen aan het verschil in volume van omgevingsgeluid en in afmetingen van het dakterras.
We zitten dus, zoals ik al zei, op een doordeweekse dag op ons dakterras. Ik lees over vrouwenrechten en de schending ervan terwijl Bernd zich in stilte bezighoudt met beschrijvingen van Tom Lanoye zijn momenten van zelfbevrediging. Terwijl we lezen draait mijn hoofd ongeveer 3 keer per bladzijde naar links en naar rechts om een andere, hier ook zeer actieve, levensvorm in het oog te houden: beestjes. Ik zeg al lang tegen Bernd dat mijn vorige blog daarover dringend aan een update toe is. Na vandaag heb ik daar nog meer reden voor.
De motten die zich onder de straatverlichting verzamelden, zoals ik in een vorige blog beschreef, blijken ondertussen heel andere beestjes te zijn. Niemand kan er een naam op plakken, maar ik kan met zekerheid zeggen dat het geen motten zijn. Het enige wat we ervan weten is dat ze na de regen komen en niet enkel meer op straatverlichting afkomen. Nee, ondertussen hebben ze een nieuwe plaats gevonden om te vertoeven: de lamp boven ons hoofd. Ze vliegen zo veel mogelijk tegen elkaar en andere zaken aan, tot ze hun vleugels verliezen en neervallen. Dan kruipen ze op de grond verder (of waar ze ook gevallen zijn) en haken ze zicht per koppeltje in elkaar. Zo kruipen ze verder. Een paar uur later blijven nog enkel de vleugeltjes over. Een hele berg vleugeltjes wel. Ze zijn met zodanig veel dat een echt rustige avond op het terras er niet echt inzit als het geregend heeft. Maar gelukkig hebben deze beestjes, naast een op zich al kort leven, ook een kort ‘seizoen’. Ze waren er nog niet toen we hier toekwamen en ondertussen zijn ze al een tijdje weer verdwenen. Ook als het geregend heeft.
Maar ze hebben plaatsgemaakt voor een nieuwe vijand: we worden sinds enkele dagen geterroriseerd door bijen. Ik ben er in België al niet zo happig op, maar hier houden ze er een heel rare gewoonte op na. Zelfs als we gewoon rustig zitten te eten of te lezen, vliegen ze recht op je af. Ze cirkelen even rond je hoofd om zich daarna meermaals op je hoofd te laten vallen. Eenmaal ze dat genoeg gedaan hebben, nestelen ze zich in je haar, waar ze even hard blijven verder zoemen tot je ze er hebt uitgekregen. Voorlopig zijn we nog niet gestoken maar hoe haal je in godsnaam een bij uit je haar, die er voor alle duidelijkheid niet uit wil, zonder dat je vroeg of laat gestoken wordt? Afwachten, wie weet komen we terug met het antwoord.
Tussendoor hebben we ook nog ontdekt dat vleermuizen hier overdag met hele zwermen overvliegen. ’s Avonds beperkt het zich tot een verdwaald exemplaar dat even snel weer weg is als dat we het zagen komen. Nog een verrassing toen we ontdekten dat kakkerlakken konden vliegen, zij het op een zeer onhandige manier, net iets beter dan een kip, maar toch. Het maakt mij alleszins niet rustiger wanneer ik weer sta af te wassen met zo ééntje op nog geen meter van mij. Ik dacht dat ze enkel konden kruipen, dat is een beweging waar je iets beter op kan anticiperen en dat stelde me dus gerust. Maar zolang ik Bernd zijn gezicht zie opfleuren elke keer we zoiets nieuws ontdekken, kan ik ermee leven. Hij heeft zijn roeping gemist: hij had bioloog moeten worden. Gefascineerd kijkt hij naar elk beestje en elke activiteit die ze ondernemen.
Ik, zo zal uit hetvolgende blijken, ben iets minder gefascineerd. Mij interesseert het eerder hoe snel ik kan zijn tegenover zo een beestje. Meestal net snel genoeg, zo blijkt. Ik heb mij de laatste weken zo flink weten te houden. Nooit gedacht dat ik de afwas zou doen met recht voor mij op de muur een kakkerlak of een grote gifgroene spin een paar centimeter verder. Maar aan die heldentocht is vandaag een einde gekomen. Er kwam ons een muis vergezellen. Een beest waarvan ik net op tijd ingeschat had dat ik onmogelijk sneller kon zijn. Ik zat al met mijn voeten op de stoel om er toch al zeker van te zijn dat ze niet per ongeluk over mijn voeten zou lopen, of erger, langs mijn broekspijp omhoog zou kruipen, maar toen ze onder mijn stoel door rende deed ik iets waarvan ik dacht dat niemand dat ooit echt gedaan had. Ik sprong zoals in de tekenfilms of stripverhalen met beiden voeten op tafel. Gillen deed ik net niet.
Ik kan dus met zekerheid zeggen dat ik ons dakterras, en op sommige momenten de geluiden ga missen. Maar de beestjes, die keer ik zonder spijt de rug toe wanneer ik naar België terugkeer.
Maar op minstens evenveel momenten hebben we er elkaar op gewezen hoe erg we dit terras gaan missen: het is immens groot. Je zit net goed: afgesloten genoeg om een geborgen thuisgevoel te creëren en open genoeg om nog steeds heel goed te beseffen waar je bent. In Bénin, of meerbepaald in Bohicon, en dan nog aan de rand van de stad. Een plaats die we aan ZEM-chauffeurs aanduiden als ‘L’arrondissement Ouawé Ouassako’. Een plaats waar mensen er van houden om blijkbaar amusante gesprekken te doen overkomen als hevige ruzies. Handengeklap of een bulderlach moet ons telkens weer geruststellen. Een plaats waar baby’s huilen en honden blaffen. Een plaats waar het nooit stil is. Maar klagen doe ik niet, het went en het maakt ondertussen deel uit van mijn leventje hier. Een leventje van amper 11 weken waar ik vandaag nog de stempel ‘gelukkig’ op plakte. Ik ga, eenmaal terug in België, weer moeten wennen aan het verschil in volume van omgevingsgeluid en in afmetingen van het dakterras.
We zitten dus, zoals ik al zei, op een doordeweekse dag op ons dakterras. Ik lees over vrouwenrechten en de schending ervan terwijl Bernd zich in stilte bezighoudt met beschrijvingen van Tom Lanoye zijn momenten van zelfbevrediging. Terwijl we lezen draait mijn hoofd ongeveer 3 keer per bladzijde naar links en naar rechts om een andere, hier ook zeer actieve, levensvorm in het oog te houden: beestjes. Ik zeg al lang tegen Bernd dat mijn vorige blog daarover dringend aan een update toe is. Na vandaag heb ik daar nog meer reden voor.
De motten die zich onder de straatverlichting verzamelden, zoals ik in een vorige blog beschreef, blijken ondertussen heel andere beestjes te zijn. Niemand kan er een naam op plakken, maar ik kan met zekerheid zeggen dat het geen motten zijn. Het enige wat we ervan weten is dat ze na de regen komen en niet enkel meer op straatverlichting afkomen. Nee, ondertussen hebben ze een nieuwe plaats gevonden om te vertoeven: de lamp boven ons hoofd. Ze vliegen zo veel mogelijk tegen elkaar en andere zaken aan, tot ze hun vleugels verliezen en neervallen. Dan kruipen ze op de grond verder (of waar ze ook gevallen zijn) en haken ze zicht per koppeltje in elkaar. Zo kruipen ze verder. Een paar uur later blijven nog enkel de vleugeltjes over. Een hele berg vleugeltjes wel. Ze zijn met zodanig veel dat een echt rustige avond op het terras er niet echt inzit als het geregend heeft. Maar gelukkig hebben deze beestjes, naast een op zich al kort leven, ook een kort ‘seizoen’. Ze waren er nog niet toen we hier toekwamen en ondertussen zijn ze al een tijdje weer verdwenen. Ook als het geregend heeft.
Maar ze hebben plaatsgemaakt voor een nieuwe vijand: we worden sinds enkele dagen geterroriseerd door bijen. Ik ben er in België al niet zo happig op, maar hier houden ze er een heel rare gewoonte op na. Zelfs als we gewoon rustig zitten te eten of te lezen, vliegen ze recht op je af. Ze cirkelen even rond je hoofd om zich daarna meermaals op je hoofd te laten vallen. Eenmaal ze dat genoeg gedaan hebben, nestelen ze zich in je haar, waar ze even hard blijven verder zoemen tot je ze er hebt uitgekregen. Voorlopig zijn we nog niet gestoken maar hoe haal je in godsnaam een bij uit je haar, die er voor alle duidelijkheid niet uit wil, zonder dat je vroeg of laat gestoken wordt? Afwachten, wie weet komen we terug met het antwoord.
Tussendoor hebben we ook nog ontdekt dat vleermuizen hier overdag met hele zwermen overvliegen. ’s Avonds beperkt het zich tot een verdwaald exemplaar dat even snel weer weg is als dat we het zagen komen. Nog een verrassing toen we ontdekten dat kakkerlakken konden vliegen, zij het op een zeer onhandige manier, net iets beter dan een kip, maar toch. Het maakt mij alleszins niet rustiger wanneer ik weer sta af te wassen met zo ééntje op nog geen meter van mij. Ik dacht dat ze enkel konden kruipen, dat is een beweging waar je iets beter op kan anticiperen en dat stelde me dus gerust. Maar zolang ik Bernd zijn gezicht zie opfleuren elke keer we zoiets nieuws ontdekken, kan ik ermee leven. Hij heeft zijn roeping gemist: hij had bioloog moeten worden. Gefascineerd kijkt hij naar elk beestje en elke activiteit die ze ondernemen.
Ik, zo zal uit hetvolgende blijken, ben iets minder gefascineerd. Mij interesseert het eerder hoe snel ik kan zijn tegenover zo een beestje. Meestal net snel genoeg, zo blijkt. Ik heb mij de laatste weken zo flink weten te houden. Nooit gedacht dat ik de afwas zou doen met recht voor mij op de muur een kakkerlak of een grote gifgroene spin een paar centimeter verder. Maar aan die heldentocht is vandaag een einde gekomen. Er kwam ons een muis vergezellen. Een beest waarvan ik net op tijd ingeschat had dat ik onmogelijk sneller kon zijn. Ik zat al met mijn voeten op de stoel om er toch al zeker van te zijn dat ze niet per ongeluk over mijn voeten zou lopen, of erger, langs mijn broekspijp omhoog zou kruipen, maar toen ze onder mijn stoel door rende deed ik iets waarvan ik dacht dat niemand dat ooit echt gedaan had. Ik sprong zoals in de tekenfilms of stripverhalen met beiden voeten op tafel. Gillen deed ik net niet.
Ik kan dus met zekerheid zeggen dat ik ons dakterras, en op sommige momenten de geluiden ga missen. Maar de beestjes, die keer ik zonder spijt de rug toe wanneer ik naar België terugkeer.
maandag 27 april 2009
“C’est un cadeau”
We hebben ons deze week weer volledig kunnen opladen met positieve energie! En dat deed deugd!
Want ookal genieten we van veel zaken hier, sommige vallen tegen. En wat er vooral voor zorgt dat deze opvallen is eigenlijk gewoon dat het steeds dezelfde zaken zijn: het onderhandelen en de vaak volledig foute veronderstellingen die mensen hebben over ons, Yovos. Maar als je het positief wil bekijken: enkel die dingen zijn minder dus laat ons even de tijd nemen om ons op de andere te concentreren.
Om voor mezelf en de lezers hier, de vorige berichten een beetje goed te maken, volgt hier een oplijsting van positieve dingen die ik de afgelopen week meegemaakt heb!
We kregen maandag te horen dat we dinsdag al vertrokken naar ‘Département des Colinnes’, meerbepaald naar Glazoué, Dassa en Savalou. Maandag was dus redelijk hectisch: alles nog snel afwerken en dan klaarmaken voor 3 dagen ‘op het terrein’ :-).
Dinsdag zijn we vroeg vertrokken, op tijd zoals gepland. We zijn snel onze bagage gaan afzetten in het hotel en doorgereden naar de eerste vergadering. Die heeft redelijk lang geduurd maar was zeer interessant. We hebben een nog beter zicht gekregen op wat VECO hier doet. De maniokprojecten bezoeken in de dorpen zelf, had daar ook al voor gezorgd maar nu werd het ‘theoretische’ gedeelte duidelijker. De ‘plans d’actions 2009’ werden er voorgesteld: schitterend om te zien hoe ze dat hier doen. Elk puntje wordt tot in detail uitgelegd en besproken, op elke vraag van de partnerorganisaties wordt uitgebreid antwoord gegeven. Het feit dat alles bespreekbaar is, leidde af en toe ook wel tot hevige discussies maar alles was tenminste duidelijk voor iedereen. Ook de protocols die samen ondertekend worden, hebben onze collega’s laten voorlezen door de partners zelf. Sommigen konden goed, anderen iets minder goed lezen maar allen waren ze wel fier dat ze het tot een goed einde brachten. Heerlijk om die gezichten te zien, en de lach op hun gezicht als er een paragraaf afgewerkt was of als ze een foutje maakten.
Die avond in het hotel heb ik het prachtigste onweer ooit gezien. Het is moeilijk te beschrijven maar ik probeer. Terwijl we buiten zaten met onze cola en ons pintje ‘Béninoise’, werd de lucht steeds zwaarder, zoals altijd hier als het gaat regenen. In België is dat ook zo, maar hier is dat gevoel en de kleuren erbij toch veel intenser. In de verte, ik denk zo’n 20 kilometer van ons, zagen we dat het al donker was door de wolken die dicht op elkaar gepakt waren en zeer laag hingen. Achter dat wolkendek begon het te bliksemen, en net doordat er zoveel wolken voor zaten, verlichten de bliksems grote delen van de hemel. Prachtig om te zien, en ook prachtig hoeveel kleuren daarbij komen kijken: van oranje tot paars, wit en alle tinten van blauw en grijs. Toen het dichter kwam, werd het minder mooi. We vluchten snel naar binnen door de hevige wind die kwam opzetten en de even hevige regen die erop volgde. Ookal werd onze gezellige avond buiten verstoord door het onweer, die afkoeling doet hier toch altijd deugd en we hadden kunnen genieten van een prachtig schouwspel. Toen we op de kamer ook nog een beetje actualiteit tot ons konden nemen op ‘France 24’, was het helemaal goed. Eerste avond in Glazoué geslaagd!
De volgende dag begon ook weer vroeg, met een bezoek aan de markt. Daar kon Bernd zich voor de eerste keer sinds het incident op de ‘Route des pêches’ weer volledig uitleven met zijn fototoestel en camera. Ookal loop ik daar meestal een beetje verloren achter, en krijg ik af en toe snel iets toegestopt dat hij op dat moment niet kan dragen, het was leuk om hem weer zo bezig te zien. Ik heb ondertussen mijn kennis over de lokale producten bijgeschaafd in een gesprekje met de collega’s. De twee mannelijke collega’s hebben trouwens elk 2 hanen gekocht om in het weekend met de familie op te eten. Het is toch redelijk grappig hoe die mannen dat aanpakken: even wegen, wegstappen met een afkeurende blik, teruggaan, de prijs nog eens vragen, nog eens wegen en weer wegstappen, soms nog een beetje langer blijven staan. Ik denk dat ze er samen toch zo’n 20 vastgehad hebben. Maar uiteindelijk zijn er toch 4 prachtexemplaren mee naar huis gegaan. Goed gedaan!
Daarna zijn we nog een zeer interessante vergadering gaan bijwonen. Ook deze dag was lang maar goed. ’s Avonds waren we moe, en hebben we dus, ondanks de warmte en geen ventilator toch goed kunnen slapen.
Donderdag, de laatste dag van ons verblijf in ‘les Colinnes’ zijn we een rijstproject gaan bezoeken. Ook weer een zeer leuke ervaring. Vriendelijke mensen, schattige kindjes en een wandelingetje in het dorp, deden ons met een positief gevoel terug naar huis keren. We deden eerst nog een tussenstop in ‘Centre des papillons’. Een centrum met ‘bibliothèque verte’, plaatselijke producten en gericht op ecotoerisme en uitwisselingen tussen Europese en Afrikaanse jongeren. Leuk om te ontdekken dat er ook hier mensen bewust met milieu bezig zijn.
Op de terugweg belde er een collega die al terug in Bohicon was om te zeggen dat er 2 dagen geen stroom ging zijn. We hadden eigenlijk gepland om mails te sturen en blogs te posten maar dat werd uitgesteld. Toen we aankwamen was het toch al redelijk laat, dus gingen we met een paar winkel/markt/andere winkel-tussenstops naar huis. ’s Avonds hadden we een paar uur terug stroom dus hebben we toch nog alles kunnen opladen om de volgende dag te werken. Maar… een paar uur later was het uit met de pret. Eva heeft een hele nacht en dag in bed gelegen. Ziek. Ik heb ondertussen wel nog een paar zaken voor de reportages gedaan en een paar mails en brieven voorbereid maar veel was het niet.
Onze typische zaterdag (kuisen en de was doen) is niet kunnen doorgaan: deze keer was het water afgesloten. We hebben er niet te lang bij stilgestaan. We waren alletwee ook nog niet echt superenergiek door vrijdag ziek te zijn. We besloten onze emmers op het koertje te zetten om eventuele regen op te vangen en de ZEM te nemen naar Abomey, ‘Chez Monique’. Normaal is dat een ritueel dat voor zondag gehouden wordt, maar thuis konden we toch niet veel doen. De ZEM die ons naar daar bracht was snel onderhandeld: ofwel beginnen ze ons te kennen ofwel zijn we iets assertiever geworden. Ook de terugweg bracht een leuke verrassing: de ZEM van vorige week bracht ons naar huis aan een wel heel Beninese prijs: 600 CFA (net geen euro). Normaal zijn we blij als we tot 800 CFA kunnen onderhandelen. We moesten hem wel op voorhand betalen omdat hij zijn ‘Carte de …’ (niet verstaan welke kaart hij bedoelde) niet mee had en hij dan een boete moest betalen. Hij deed zijn ‘ZEM-hemd’ uit en reed ‘en civil’ met ons naar Bohicon. Hij zei vriendelijk ‘peut-être à la semaine prochaine, on ne sait jamais les amis’ en reed weer weg. Zo’n eerlijke oprechte glimlach was een leuke afsluiter van de dag. Toen daarna de vrouw waar we elke dag een ananas kopen, er ons weer een cadeau deed met de boodschap ‘Ça me gène que vous prenez toujours les petits ananas. Celui là vient de Alladah. C’est un cadeau. S’il vous plait.’ werd ik nog gelukkiger. We wandelden naar huis in de regen. Een tocht die we normaal met de ZEM doen, maar deze keer lukte het onderhandelen iets minder. In plaats van te blijven palaveren, beslisten we van gewoon te stappen. Het was toch koeler door de regen. Op die wandeling hebben tientallen kinderen en volwassen ons begroet met het typische liedje dat ik eerder beschreef en met ‘bonsoir’, ‘soyez les bienvenus’ en ‘bonne arrivée’. Dat is leuk, al voel ik mij wel soms als de paus, heel de tijd aandachtig de mensen begroeten en mijn hand die bijna nooit normaal naast mijn lichaam hangt omdat ik naar iedereen terug aan het wuiven ben. Maar soit, als het dat maar is, geen enkel probleem.
Want ookal genieten we van veel zaken hier, sommige vallen tegen. En wat er vooral voor zorgt dat deze opvallen is eigenlijk gewoon dat het steeds dezelfde zaken zijn: het onderhandelen en de vaak volledig foute veronderstellingen die mensen hebben over ons, Yovos. Maar als je het positief wil bekijken: enkel die dingen zijn minder dus laat ons even de tijd nemen om ons op de andere te concentreren.
Om voor mezelf en de lezers hier, de vorige berichten een beetje goed te maken, volgt hier een oplijsting van positieve dingen die ik de afgelopen week meegemaakt heb!
We kregen maandag te horen dat we dinsdag al vertrokken naar ‘Département des Colinnes’, meerbepaald naar Glazoué, Dassa en Savalou. Maandag was dus redelijk hectisch: alles nog snel afwerken en dan klaarmaken voor 3 dagen ‘op het terrein’ :-).
Dinsdag zijn we vroeg vertrokken, op tijd zoals gepland. We zijn snel onze bagage gaan afzetten in het hotel en doorgereden naar de eerste vergadering. Die heeft redelijk lang geduurd maar was zeer interessant. We hebben een nog beter zicht gekregen op wat VECO hier doet. De maniokprojecten bezoeken in de dorpen zelf, had daar ook al voor gezorgd maar nu werd het ‘theoretische’ gedeelte duidelijker. De ‘plans d’actions 2009’ werden er voorgesteld: schitterend om te zien hoe ze dat hier doen. Elk puntje wordt tot in detail uitgelegd en besproken, op elke vraag van de partnerorganisaties wordt uitgebreid antwoord gegeven. Het feit dat alles bespreekbaar is, leidde af en toe ook wel tot hevige discussies maar alles was tenminste duidelijk voor iedereen. Ook de protocols die samen ondertekend worden, hebben onze collega’s laten voorlezen door de partners zelf. Sommigen konden goed, anderen iets minder goed lezen maar allen waren ze wel fier dat ze het tot een goed einde brachten. Heerlijk om die gezichten te zien, en de lach op hun gezicht als er een paragraaf afgewerkt was of als ze een foutje maakten.
Die avond in het hotel heb ik het prachtigste onweer ooit gezien. Het is moeilijk te beschrijven maar ik probeer. Terwijl we buiten zaten met onze cola en ons pintje ‘Béninoise’, werd de lucht steeds zwaarder, zoals altijd hier als het gaat regenen. In België is dat ook zo, maar hier is dat gevoel en de kleuren erbij toch veel intenser. In de verte, ik denk zo’n 20 kilometer van ons, zagen we dat het al donker was door de wolken die dicht op elkaar gepakt waren en zeer laag hingen. Achter dat wolkendek begon het te bliksemen, en net doordat er zoveel wolken voor zaten, verlichten de bliksems grote delen van de hemel. Prachtig om te zien, en ook prachtig hoeveel kleuren daarbij komen kijken: van oranje tot paars, wit en alle tinten van blauw en grijs. Toen het dichter kwam, werd het minder mooi. We vluchten snel naar binnen door de hevige wind die kwam opzetten en de even hevige regen die erop volgde. Ookal werd onze gezellige avond buiten verstoord door het onweer, die afkoeling doet hier toch altijd deugd en we hadden kunnen genieten van een prachtig schouwspel. Toen we op de kamer ook nog een beetje actualiteit tot ons konden nemen op ‘France 24’, was het helemaal goed. Eerste avond in Glazoué geslaagd!
De volgende dag begon ook weer vroeg, met een bezoek aan de markt. Daar kon Bernd zich voor de eerste keer sinds het incident op de ‘Route des pêches’ weer volledig uitleven met zijn fototoestel en camera. Ookal loop ik daar meestal een beetje verloren achter, en krijg ik af en toe snel iets toegestopt dat hij op dat moment niet kan dragen, het was leuk om hem weer zo bezig te zien. Ik heb ondertussen mijn kennis over de lokale producten bijgeschaafd in een gesprekje met de collega’s. De twee mannelijke collega’s hebben trouwens elk 2 hanen gekocht om in het weekend met de familie op te eten. Het is toch redelijk grappig hoe die mannen dat aanpakken: even wegen, wegstappen met een afkeurende blik, teruggaan, de prijs nog eens vragen, nog eens wegen en weer wegstappen, soms nog een beetje langer blijven staan. Ik denk dat ze er samen toch zo’n 20 vastgehad hebben. Maar uiteindelijk zijn er toch 4 prachtexemplaren mee naar huis gegaan. Goed gedaan!
Daarna zijn we nog een zeer interessante vergadering gaan bijwonen. Ook deze dag was lang maar goed. ’s Avonds waren we moe, en hebben we dus, ondanks de warmte en geen ventilator toch goed kunnen slapen.
Donderdag, de laatste dag van ons verblijf in ‘les Colinnes’ zijn we een rijstproject gaan bezoeken. Ook weer een zeer leuke ervaring. Vriendelijke mensen, schattige kindjes en een wandelingetje in het dorp, deden ons met een positief gevoel terug naar huis keren. We deden eerst nog een tussenstop in ‘Centre des papillons’. Een centrum met ‘bibliothèque verte’, plaatselijke producten en gericht op ecotoerisme en uitwisselingen tussen Europese en Afrikaanse jongeren. Leuk om te ontdekken dat er ook hier mensen bewust met milieu bezig zijn.
Op de terugweg belde er een collega die al terug in Bohicon was om te zeggen dat er 2 dagen geen stroom ging zijn. We hadden eigenlijk gepland om mails te sturen en blogs te posten maar dat werd uitgesteld. Toen we aankwamen was het toch al redelijk laat, dus gingen we met een paar winkel/markt/andere winkel-tussenstops naar huis. ’s Avonds hadden we een paar uur terug stroom dus hebben we toch nog alles kunnen opladen om de volgende dag te werken. Maar… een paar uur later was het uit met de pret. Eva heeft een hele nacht en dag in bed gelegen. Ziek. Ik heb ondertussen wel nog een paar zaken voor de reportages gedaan en een paar mails en brieven voorbereid maar veel was het niet.
Onze typische zaterdag (kuisen en de was doen) is niet kunnen doorgaan: deze keer was het water afgesloten. We hebben er niet te lang bij stilgestaan. We waren alletwee ook nog niet echt superenergiek door vrijdag ziek te zijn. We besloten onze emmers op het koertje te zetten om eventuele regen op te vangen en de ZEM te nemen naar Abomey, ‘Chez Monique’. Normaal is dat een ritueel dat voor zondag gehouden wordt, maar thuis konden we toch niet veel doen. De ZEM die ons naar daar bracht was snel onderhandeld: ofwel beginnen ze ons te kennen ofwel zijn we iets assertiever geworden. Ook de terugweg bracht een leuke verrassing: de ZEM van vorige week bracht ons naar huis aan een wel heel Beninese prijs: 600 CFA (net geen euro). Normaal zijn we blij als we tot 800 CFA kunnen onderhandelen. We moesten hem wel op voorhand betalen omdat hij zijn ‘Carte de …’ (niet verstaan welke kaart hij bedoelde) niet mee had en hij dan een boete moest betalen. Hij deed zijn ‘ZEM-hemd’ uit en reed ‘en civil’ met ons naar Bohicon. Hij zei vriendelijk ‘peut-être à la semaine prochaine, on ne sait jamais les amis’ en reed weer weg. Zo’n eerlijke oprechte glimlach was een leuke afsluiter van de dag. Toen daarna de vrouw waar we elke dag een ananas kopen, er ons weer een cadeau deed met de boodschap ‘Ça me gène que vous prenez toujours les petits ananas. Celui là vient de Alladah. C’est un cadeau. S’il vous plait.’ werd ik nog gelukkiger. We wandelden naar huis in de regen. Een tocht die we normaal met de ZEM doen, maar deze keer lukte het onderhandelen iets minder. In plaats van te blijven palaveren, beslisten we van gewoon te stappen. Het was toch koeler door de regen. Op die wandeling hebben tientallen kinderen en volwassen ons begroet met het typische liedje dat ik eerder beschreef en met ‘bonsoir’, ‘soyez les bienvenus’ en ‘bonne arrivée’. Dat is leuk, al voel ik mij wel soms als de paus, heel de tijd aandachtig de mensen begroeten en mijn hand die bijna nooit normaal naast mijn lichaam hangt omdat ik naar iedereen terug aan het wuiven ben. Maar soit, als het dat maar is, geen enkel probleem.
zaterdag 18 april 2009
Druk druk en beninees frans
Toen we vrijdagochtend toekwamen op het bureau hing er planning op voor de komende weken… wij die dachten tijd te veel te hebben bleken er nu bijna te kort te komen.
Volgende week zit vol van dinsdag tot vrijdag met onder andere een bezoek aan het rijstproject in het departement ‘Les Collines’. Dat betekent ook dat de week erna bijna volledig gebruikt zal worden om de reportage daarover af te maken en ze wie weet al te linken aan die van de maniokprojecten die dit weekend ook af zal zijn. Daarna nog een weekje gewoon werken op kantoor, dan een weekendje Cotonou, een week of langer naar Togo, nog een week op kantoor, … en eindigen met een week in Cotonou… als je het zo bekijkt gaat alles wel bijzonder snel!
Ik ben er ondertussen in geslaagd om een paar foto’s te mailen… en dan nog op het ‘drukste internetmoment’ van de dag. Ik probeer het binnenkort nog eens en wie weet krijg ik ze deze week eindelijk op facebook… Ik laat het zeker weten.
Tussendoor even een les in ‘Beninees Frans’:
’s Ochtends, als we op het bureau toekomen zegt de guardien ‘Bonne arrivée’. Hij vraagt daarmee of we goed aangekomen zijn en heet ons tegelijkertijd welkom. Als we dan ’s middags gaan eten vraagt de chauffeur ‘Vous avez fait un peu?’, waarmee hij dus bedoelt of we goed kunnen werken hebben. ’s Avonds, als we uit de buvette weggaan met ons dagelijks pintje en cola, zegt de jongen die daar werkt ‘On se tient’, en daarmee bedoelt hij (denken we): we zien elkaar nog wel.
Allemaal zaken die je de eerste 5 keer niet begrijpt omdat wij ze totaal niet gebruiken en omdat ze vaak ook niet echt binnen de context passen, voor ons dan. ‘Bonsoir’ geldt hier ook als algemene begroeting vanaf ongeveer de middag, soms iets vroeger. Waarschijnlijk is het even logisch als ‘bonjour’ om 8 uur ’s avonds. En ook ‘à tout à l’heure’ (zou echt niet weten hoe je het schrijft) word hier anders gebruikt, het betekent gewoon tot ziens. ‘C’est gratuit’ betekent ook gewoon ‘graag gedaan’. Als je daar ook nog eens het verschil in intonatie bij denkt, dan is het zelfs voor iemand als ik, die tweetalig opgevoed is niet altijd makkelijk om iedereen te begrijpen, laat staan juist te reageren.
Maar ookal begrijpen we het niet altijd, we gebruiken bijna al deze uitdrukkingen wel al zelf. Vooral ‘bonsoir’ went snel, ‘bonne arrivée’ ook. Het is ondertussen ookal een gewoonte om te zwaaien naar de kindjes die hét ‘Yovo-liedje’ zingen: “Yovo, Yovo bonsoir, cava(?), cava bien, merci”. Ze leren het volgens mij op school en thuis, want zelfs als ze nog niet deftig kunnen spreken rolt dat er wel al perfect uit.
Bernd had mij verwittigd, na zijn ervaringen in Mali, dat nogal wat mensen iets willen krijgen als ze een blanke/Yovo zien. De eerste weken bleek dat niet te kloppen maar ondertussen is het schering en inslag. ’s Avonds hebben we veel tijd en genieten we met een pintje op ons gigantisch terras van de verkoeling die de avond brengt, en schrijven we veel. Een fragment uit iets dat ik schreef om uit te leggen dat het soms vermoeiend is om blank te zijn in Afrika (of dan toch West-Afrika), maar ook met de nodige relativering daarna:
“…’s Middags gaan we vaak eten in de ‘Jardin de l’hotel de ville de Bohicon’. De tweede of de derde keer dat we daar kwamen ging de serveester even zitten aan tafel om onze bestelling op te nemen en liep ze glimlachend naar de bar toen die taak erop zat. Ook het meisje aan wie ik mijn eten ging bestellen, lachte toen we aangelopen kwamen. Oef, dacht ik, na de redelijk norse bediening van de eerste keer. Ze herkent ons (niet zo moeilijk hier) en ze is bovendien even blij als ons om bekende gezichten te zien. De glimlach verdween niet van haar gezicht toen ze vroeg wat ik haar meegebracht had van mijn land. Toen ik haar vertelde dat ik niet mee had buiten mijn eigen, noodzakelijke en eerder beperkte bagage, zei ze, nog steeds met de glimlach ‘Je vais me fâcher’ en dat ik haar dan tenminste mijn T-shirt kon geven. Tot zover het relaas van een van de zovele keren dat je hier denkt iemand te beginnen kennen maar toch weer op diezelfde vraag stuit. Diezelfde dag gaan we een ananas kopen op de markt. Ook dit doen we, zoals bijna alle boodschappen, elke dag bij dezelfde vrouw. Ik vraag één ananas en krijg er twee. Om moedeloos van te worden, altijd proberen ze dat, om iets meer geld te krijgen. ‘Cadeau’ zegt ze en glimlacht. Ik glimlach ook en zeg ‘merci’ en krijg bijna de tranen in mijn ogen. En dat gevoel, daar ben ik dus wel dankbaar voor. En ik zou dat waarschijnlijk niet hebben zonder de andere, mindere ervaringen, dus ben ik onrechtstreeks ook daar dankbaar voor. …”
En als afsluiter, aan alle mensen in België: geniet van de frietjes, de verse (echte) koffie, de graslei als het mooi weer is, frisse dingen in het algemeen (die dus uit een frigo komen die wel goed werkt), slapen zonder slecht opgehangen muskietennet waar je ’s nachts mee in de knoop ligt, … allemaal dingen die we ergens toch wel missen en dubbel en dik van gaan genieten als we terug zijn. Een van de grootste lessen hier is denk ik veel zaken toch iets sneller leren appreciëren.
Volgende week zit vol van dinsdag tot vrijdag met onder andere een bezoek aan het rijstproject in het departement ‘Les Collines’. Dat betekent ook dat de week erna bijna volledig gebruikt zal worden om de reportage daarover af te maken en ze wie weet al te linken aan die van de maniokprojecten die dit weekend ook af zal zijn. Daarna nog een weekje gewoon werken op kantoor, dan een weekendje Cotonou, een week of langer naar Togo, nog een week op kantoor, … en eindigen met een week in Cotonou… als je het zo bekijkt gaat alles wel bijzonder snel!
Ik ben er ondertussen in geslaagd om een paar foto’s te mailen… en dan nog op het ‘drukste internetmoment’ van de dag. Ik probeer het binnenkort nog eens en wie weet krijg ik ze deze week eindelijk op facebook… Ik laat het zeker weten.
Tussendoor even een les in ‘Beninees Frans’:
’s Ochtends, als we op het bureau toekomen zegt de guardien ‘Bonne arrivée’. Hij vraagt daarmee of we goed aangekomen zijn en heet ons tegelijkertijd welkom. Als we dan ’s middags gaan eten vraagt de chauffeur ‘Vous avez fait un peu?’, waarmee hij dus bedoelt of we goed kunnen werken hebben. ’s Avonds, als we uit de buvette weggaan met ons dagelijks pintje en cola, zegt de jongen die daar werkt ‘On se tient’, en daarmee bedoelt hij (denken we): we zien elkaar nog wel.
Allemaal zaken die je de eerste 5 keer niet begrijpt omdat wij ze totaal niet gebruiken en omdat ze vaak ook niet echt binnen de context passen, voor ons dan. ‘Bonsoir’ geldt hier ook als algemene begroeting vanaf ongeveer de middag, soms iets vroeger. Waarschijnlijk is het even logisch als ‘bonjour’ om 8 uur ’s avonds. En ook ‘à tout à l’heure’ (zou echt niet weten hoe je het schrijft) word hier anders gebruikt, het betekent gewoon tot ziens. ‘C’est gratuit’ betekent ook gewoon ‘graag gedaan’. Als je daar ook nog eens het verschil in intonatie bij denkt, dan is het zelfs voor iemand als ik, die tweetalig opgevoed is niet altijd makkelijk om iedereen te begrijpen, laat staan juist te reageren.
Maar ookal begrijpen we het niet altijd, we gebruiken bijna al deze uitdrukkingen wel al zelf. Vooral ‘bonsoir’ went snel, ‘bonne arrivée’ ook. Het is ondertussen ookal een gewoonte om te zwaaien naar de kindjes die hét ‘Yovo-liedje’ zingen: “Yovo, Yovo bonsoir, cava(?), cava bien, merci”. Ze leren het volgens mij op school en thuis, want zelfs als ze nog niet deftig kunnen spreken rolt dat er wel al perfect uit.
Bernd had mij verwittigd, na zijn ervaringen in Mali, dat nogal wat mensen iets willen krijgen als ze een blanke/Yovo zien. De eerste weken bleek dat niet te kloppen maar ondertussen is het schering en inslag. ’s Avonds hebben we veel tijd en genieten we met een pintje op ons gigantisch terras van de verkoeling die de avond brengt, en schrijven we veel. Een fragment uit iets dat ik schreef om uit te leggen dat het soms vermoeiend is om blank te zijn in Afrika (of dan toch West-Afrika), maar ook met de nodige relativering daarna:
“…’s Middags gaan we vaak eten in de ‘Jardin de l’hotel de ville de Bohicon’. De tweede of de derde keer dat we daar kwamen ging de serveester even zitten aan tafel om onze bestelling op te nemen en liep ze glimlachend naar de bar toen die taak erop zat. Ook het meisje aan wie ik mijn eten ging bestellen, lachte toen we aangelopen kwamen. Oef, dacht ik, na de redelijk norse bediening van de eerste keer. Ze herkent ons (niet zo moeilijk hier) en ze is bovendien even blij als ons om bekende gezichten te zien. De glimlach verdween niet van haar gezicht toen ze vroeg wat ik haar meegebracht had van mijn land. Toen ik haar vertelde dat ik niet mee had buiten mijn eigen, noodzakelijke en eerder beperkte bagage, zei ze, nog steeds met de glimlach ‘Je vais me fâcher’ en dat ik haar dan tenminste mijn T-shirt kon geven. Tot zover het relaas van een van de zovele keren dat je hier denkt iemand te beginnen kennen maar toch weer op diezelfde vraag stuit. Diezelfde dag gaan we een ananas kopen op de markt. Ook dit doen we, zoals bijna alle boodschappen, elke dag bij dezelfde vrouw. Ik vraag één ananas en krijg er twee. Om moedeloos van te worden, altijd proberen ze dat, om iets meer geld te krijgen. ‘Cadeau’ zegt ze en glimlacht. Ik glimlach ook en zeg ‘merci’ en krijg bijna de tranen in mijn ogen. En dat gevoel, daar ben ik dus wel dankbaar voor. En ik zou dat waarschijnlijk niet hebben zonder de andere, mindere ervaringen, dus ben ik onrechtstreeks ook daar dankbaar voor. …”
En als afsluiter, aan alle mensen in België: geniet van de frietjes, de verse (echte) koffie, de graslei als het mooi weer is, frisse dingen in het algemeen (die dus uit een frigo komen die wel goed werkt), slapen zonder slecht opgehangen muskietennet waar je ’s nachts mee in de knoop ligt, … allemaal dingen die we ergens toch wel missen en dubbel en dik van gaan genieten als we terug zijn. Een van de grootste lessen hier is denk ik veel zaken toch iets sneller leren appreciëren.
zaterdag 11 april 2009
Afrika is één groot festival!
Ik heb er iets op gevonden om de zaken soms een beetje te relativeren, want ookal is dit een prachtige stage-kans, relativeren is soms nodig!
Als je door de straten rijdt zie je ongeveer overal vuil liggen: op de aarde of er al half in genesteld. Er hangt na de regen ook een geur, die ik herkende van ergens. Ik heb er een week over gedaan om te ontdekken van waar: festivals. Platgetrapt gras/aarde vermengd met afval. Typische geur van festivals! Die ontdekking gaf me een heerlijk gevoel: iets wat je al een week probeert thuis te brengen eindelijk vinden! Zalig!
Toen ik daar verder over begon na te denken, gaat de vergelijking niet enkel op voor de geur. Het plakgevoel, waar je je uiteindelijk bij neerlegt, ook herkenbaar. ’s Morgens opstaan en zo snel mogelijk je haar samenbinden omdat je weet dat het toch niet beter wordt voor je weer thuis bent. Je af en toe ergeren aan mensen die lastig doen, maar gewoon doorlopen en je niet proberen opjagen. Je weet toch dat het niet zal helpen. Ik weet niet hoe het voor anderen zit, maar dat zijn voor mij allemaal elementen die mij aan festivals doen denken.
Ook het feit dat je er nergens aan kan ontsnappen, behalve als je slaapt, en zelfs dan. Even naar je tent gaan omdat je op je gemak wil zitten: het helpt toch niet want je hoort nog steeds waar je bent. Dat is hier ook het geval: je hoort Afrika altijd en overal.
Op elke hoek van de straat weerklinkt andere muziek uit de winkeltjes: die kan je vergelijken met tenten op… jawel festivals! Nieuwe mensen leren kennen, andere eetgewoonten, de uitbundigheid, de ‘laisser-faire’-mentaliteit, niet alle comfort van thuis hebben, je hygiëne-normen die vervagen, de chaos… alles gewoon!
Dus vanaf nu neem ik mij voor: als ik het even moeilijk heb, dan denk ik dat ik rondloop op één groot festival en zal ik proberen alles gewoon op mij af te laten komen.
Want uiteindelijk heb ik zeer goede herinneringen aan festivals: veel leuke momenten beleefd, al zeer leuke mensen leren kennen en nieuwe dingen ontdekt. De momenten waarop ik mij ergerde aan bepaalde zaken vervagen na een tijd, het positieve blijft! En ik weet ook dat ik altijd gevonden heb dat ze een beetje langer mochten duren, wel ik heb er nu nog een van 2 maanden voor de boeg. Wie zou daar niet gelukkig mee zijn?
Ik kijk al uit naar de Gentse feesten en ik hoop/denk dat ik dan met heimwee zal terugdenken aan Afrika waar het tenminste een voltijds festival was!
Als je door de straten rijdt zie je ongeveer overal vuil liggen: op de aarde of er al half in genesteld. Er hangt na de regen ook een geur, die ik herkende van ergens. Ik heb er een week over gedaan om te ontdekken van waar: festivals. Platgetrapt gras/aarde vermengd met afval. Typische geur van festivals! Die ontdekking gaf me een heerlijk gevoel: iets wat je al een week probeert thuis te brengen eindelijk vinden! Zalig!
Toen ik daar verder over begon na te denken, gaat de vergelijking niet enkel op voor de geur. Het plakgevoel, waar je je uiteindelijk bij neerlegt, ook herkenbaar. ’s Morgens opstaan en zo snel mogelijk je haar samenbinden omdat je weet dat het toch niet beter wordt voor je weer thuis bent. Je af en toe ergeren aan mensen die lastig doen, maar gewoon doorlopen en je niet proberen opjagen. Je weet toch dat het niet zal helpen. Ik weet niet hoe het voor anderen zit, maar dat zijn voor mij allemaal elementen die mij aan festivals doen denken.
Ook het feit dat je er nergens aan kan ontsnappen, behalve als je slaapt, en zelfs dan. Even naar je tent gaan omdat je op je gemak wil zitten: het helpt toch niet want je hoort nog steeds waar je bent. Dat is hier ook het geval: je hoort Afrika altijd en overal.
Op elke hoek van de straat weerklinkt andere muziek uit de winkeltjes: die kan je vergelijken met tenten op… jawel festivals! Nieuwe mensen leren kennen, andere eetgewoonten, de uitbundigheid, de ‘laisser-faire’-mentaliteit, niet alle comfort van thuis hebben, je hygiëne-normen die vervagen, de chaos… alles gewoon!
Dus vanaf nu neem ik mij voor: als ik het even moeilijk heb, dan denk ik dat ik rondloop op één groot festival en zal ik proberen alles gewoon op mij af te laten komen.
Want uiteindelijk heb ik zeer goede herinneringen aan festivals: veel leuke momenten beleefd, al zeer leuke mensen leren kennen en nieuwe dingen ontdekt. De momenten waarop ik mij ergerde aan bepaalde zaken vervagen na een tijd, het positieve blijft! En ik weet ook dat ik altijd gevonden heb dat ze een beetje langer mochten duren, wel ik heb er nu nog een van 2 maanden voor de boeg. Wie zou daar niet gelukkig mee zijn?
Ik kijk al uit naar de Gentse feesten en ik hoop/denk dat ik dan met heimwee zal terugdenken aan Afrika waar het tenminste een voltijds festival was!
vrijdag 10 april 2009
Allemaal beestjes!
Als het donker wordt in Bohicon, zie je niet zoveel mensen meer op straat. Het is ook levensgevaarlijk: er is bijna geen straatverlichting, maar het verkeer gaat aan hetzelfde tempo door als overdag.
Het is wel niet omdat je niemand ziet, dat je ze niet hoort: het uitbundige gelach en gepraat/geroep blijft aanwezig. De kippen en honden blijven geluiden maken, de potten en pannen blijven in actie, de vuurtjes blijven knisperen en ook de krekels gaan gewoon door. Voeg daarbij ook nog eens de mango’s die luid op de grond en meestal op de daken vallen en je hoort ons dagelijks Afrikaans orkest.
Over die mango’s hoor je mij niet klagen: het seizoen begint en er staan 2 ‘manguiers’ op onze binnenkoer: binnenkort eten we niet anders meer: heerlijk!
We hebben ook enkele nieuwe huisdiertjes: de kleine miertjes kom je overal tegen, zowel binnen als buiten, altijd druk in de weer. Ze storen niet, je kijkt er zo over. De eerste dag op ons appartement werden we verwelkomd door een heuse hagedis in de douche. Hij bleef rustig op de muur zitten en na de douche deden we de deur dicht. De volgende dag had hij blijkbaar zijn weg terug naar buiten gevonden.
Als je een dag de vuilbak binnen laat staan, zit je huis vol verrassingen: enorme mieren, die wel even rap als de vuilbak weer buiten zijn. Er zijn ons ondertussen ook al 2 kakkerlakken komen vergezellen maar onze vriendjes, de kleine mieren, hebben er komaf mee gemaakt: op een paar uurtjes was de eerste opgepeuzeld. De tweede is naar buiten verdwenen.
Eergisteren mochten we weer met een nieuw beestje kennismaken: een soort kruisspin, maar dan in nogal groot formaat. We konden ze niet vangen en buiten zetten: ze was te snel.
Buiten is het voor de libellen blijkbaar paringstijd: ze zijn hier op zich al redelijk groot maar met 2 zijn ze nog impressionanter.
De enige straatverlichting in de straat, hangt aan ons huis. Daardoor kunnen we ’s avonds de motten bestuderen die zich eronder verzamelen. Ik zou er jullie graag foto’s van tonen. Het zijn allemaal beestjes die we in België ook kennen maar dan wel in heel andere vormen, kleuren en/of formaten.
Zoals jullie kunnen lezen hebben we gezelschap genoeg: als het geen buren, collega’s, chauffeurs of kinderen zijn, zijn er nog altijd genoeg gekke beestjes. Ik ben benieuwd wie ons vanavond zal verrassen.
Naast de geluiden en de diertjes verdienen nog een paar andere zaken een vermelding. Ten eerste: de namen. Je hebt de gewone André’s, Inez’s en Irène’s, maar ook: Dieu-Donné, Kazimir of Wisdom. Er zijn er nog maar die ben ik vergeten.
De bordjes op auto’s, moto’s of zaken zijn ook best grappig: Dallas-coiffure, Tresses “Grâce à Jésus”, auto-école “La Vérité”of buvette “La nouvelle solution”.
Op veel auto’s en moto’s staat iets over tijd. Dat hebben ze hier in overschot en ze nemen hem ook. We hadden niet anders verwacht. We verschoten dan ook toen de ons toegewezen chauffeur deze ochtend zei: “Vous avez du retard.” We kwamen namelijk om 7u33 buiten, amper 3 minuten te laat.
Maar kijk, weer een verrassing bij. Ze blijven maar komen! Maar ik ben er zeker van dat we net die zullen onthouden: de contrasten. En niet alleen die met België, maar ook die tussen de verschillende steden of dorpen hier, tussen de mensen, de beestjes en het ons aangeleerde Frans en dat van hier. Maar dat is voor een volgende keer.
Het is wel niet omdat je niemand ziet, dat je ze niet hoort: het uitbundige gelach en gepraat/geroep blijft aanwezig. De kippen en honden blijven geluiden maken, de potten en pannen blijven in actie, de vuurtjes blijven knisperen en ook de krekels gaan gewoon door. Voeg daarbij ook nog eens de mango’s die luid op de grond en meestal op de daken vallen en je hoort ons dagelijks Afrikaans orkest.
Over die mango’s hoor je mij niet klagen: het seizoen begint en er staan 2 ‘manguiers’ op onze binnenkoer: binnenkort eten we niet anders meer: heerlijk!
We hebben ook enkele nieuwe huisdiertjes: de kleine miertjes kom je overal tegen, zowel binnen als buiten, altijd druk in de weer. Ze storen niet, je kijkt er zo over. De eerste dag op ons appartement werden we verwelkomd door een heuse hagedis in de douche. Hij bleef rustig op de muur zitten en na de douche deden we de deur dicht. De volgende dag had hij blijkbaar zijn weg terug naar buiten gevonden.
Als je een dag de vuilbak binnen laat staan, zit je huis vol verrassingen: enorme mieren, die wel even rap als de vuilbak weer buiten zijn. Er zijn ons ondertussen ook al 2 kakkerlakken komen vergezellen maar onze vriendjes, de kleine mieren, hebben er komaf mee gemaakt: op een paar uurtjes was de eerste opgepeuzeld. De tweede is naar buiten verdwenen.
Eergisteren mochten we weer met een nieuw beestje kennismaken: een soort kruisspin, maar dan in nogal groot formaat. We konden ze niet vangen en buiten zetten: ze was te snel.
Buiten is het voor de libellen blijkbaar paringstijd: ze zijn hier op zich al redelijk groot maar met 2 zijn ze nog impressionanter.
De enige straatverlichting in de straat, hangt aan ons huis. Daardoor kunnen we ’s avonds de motten bestuderen die zich eronder verzamelen. Ik zou er jullie graag foto’s van tonen. Het zijn allemaal beestjes die we in België ook kennen maar dan wel in heel andere vormen, kleuren en/of formaten.
Zoals jullie kunnen lezen hebben we gezelschap genoeg: als het geen buren, collega’s, chauffeurs of kinderen zijn, zijn er nog altijd genoeg gekke beestjes. Ik ben benieuwd wie ons vanavond zal verrassen.
Naast de geluiden en de diertjes verdienen nog een paar andere zaken een vermelding. Ten eerste: de namen. Je hebt de gewone André’s, Inez’s en Irène’s, maar ook: Dieu-Donné, Kazimir of Wisdom. Er zijn er nog maar die ben ik vergeten.
De bordjes op auto’s, moto’s of zaken zijn ook best grappig: Dallas-coiffure, Tresses “Grâce à Jésus”, auto-école “La Vérité”of buvette “La nouvelle solution”.
Op veel auto’s en moto’s staat iets over tijd. Dat hebben ze hier in overschot en ze nemen hem ook. We hadden niet anders verwacht. We verschoten dan ook toen de ons toegewezen chauffeur deze ochtend zei: “Vous avez du retard.” We kwamen namelijk om 7u33 buiten, amper 3 minuten te laat.
Maar kijk, weer een verrassing bij. Ze blijven maar komen! Maar ik ben er zeker van dat we net die zullen onthouden: de contrasten. En niet alleen die met België, maar ook die tussen de verschillende steden of dorpen hier, tussen de mensen, de beestjes en het ons aangeleerde Frans en dat van hier. Maar dat is voor een volgende keer.
woensdag 8 april 2009
Een versnelling hoger!
Vorige week hebben we de tijd gekregen om rustig te acclimatiseren. Deze week is het toch al heel wat drukker en wel op verschillende gebieden: meer werk, meer zelf regelen, meer indrukken te verwerken, meer Afrikaans leven.
De mensen bij wie we werken wouden ons een beter zicht doen krijgen op wat zij hier doen en dat is ondertussen gelukt. Zelf zijn ze in Savalou een opleiding gaan geven aan mensen van het rijstproject daar. Ondertussen hebben ze ons toevertrouwd aan 2 lokale ngo’s waar ze mee samenwerken. Samen met het eerste ngo zijn we gisteren op bezoek geweest in een dorp op ongeveer één uur rijden van ons kantoor. We deden de rit met de moto. De wegen waren goed, het weer nog niet te warm en de moto’s werkten goed (op 2 keer stilvallen na). Fantastische omstandigheden om te kunnen genieten van de landschappen en dorpjes die we onderweg tegenkwamen.
Aangekomen in het dorp werden we zeer goed ontvangen en kregen we een zeer interessante demonstratie te zien van hoe manioc verwerkt kan worden. Spijtig dat we niet konden proeven van wat er nu precies mee klaargemaakt wordt. Dat zal voor later zijn.
De terugweg was ook goed maar eenmaal aangekomen was er toch een niet zo aangename verrassing: op het middaguur onder de Afrikaanse zon rijden bleek niet zo’n goed idee. Toch niet als blanke met een ‘fragiel velleke’. We zijn alletwee redelijk goed verbrand, al valt het bij Bernd iets beter mee: hij had zijn deel al gehad dankzij zijn wandeling in Cotonou. Het ergste is dat iedereen nu nog een paar weken zal kunnen zien welke T-shirt ik aanhad die dag. Maar bon, dat nemen we er dan maar bij.
Gisteravond hebben we genoten van een heerlijke maaltijd: een blik ravioli en een blik groene bonen. Koud. Het eten dat je hier kan kopen valt zeer goed mee maar iets herkenbaar eten deed toch ook deugd, ookal kwam het uit blik. Dat in combinatie met weer een hevig en prachtig onweer, maakte onze avond op het terras goed. Het regenseizoen is aan het beginnen dus zulke onweders maken we waarschijnlijk nog een paar keer mee. Tot nu toe genieten we er nog elke keer van.
Vandaag zijn we ook naar een dorp geweest voor ongeveer dezelfde demonstratie. We hebben nog meer beelden, dus we kunnen beginnen aan de eerste reportage te monteren. Goed nieuws.
De mensen vandaag hebben ons zeer goed ontvangen en hebben hele veel gelachen met zichzelf op het fototoestel, ze kregen er maar niet genoeg van.
Iets waaraan je moet wennen als je hier rondloopt/rijdt is ‘Yovo’, dat betekent blanke. Als we buiten ons huis of het kantoor komen, gaat er geen minuut voorbij zonder dat dat woord opduikt. Aan een school passeren is het ergste: alle kinderen komen op je afgelopen en zingen allemaal “Yovo, Yovo, bonsoir, un petit cadeau Yovo Yovo merci” of zoiets. Ter informatie: scholen vind je hier op bijna elke hoek van de straat en we hebben dus het ‘geluk’ van er een én naast het kantoor én naast ons appartement te hebben.
De mensen bij wie we werken wouden ons een beter zicht doen krijgen op wat zij hier doen en dat is ondertussen gelukt. Zelf zijn ze in Savalou een opleiding gaan geven aan mensen van het rijstproject daar. Ondertussen hebben ze ons toevertrouwd aan 2 lokale ngo’s waar ze mee samenwerken. Samen met het eerste ngo zijn we gisteren op bezoek geweest in een dorp op ongeveer één uur rijden van ons kantoor. We deden de rit met de moto. De wegen waren goed, het weer nog niet te warm en de moto’s werkten goed (op 2 keer stilvallen na). Fantastische omstandigheden om te kunnen genieten van de landschappen en dorpjes die we onderweg tegenkwamen.
Aangekomen in het dorp werden we zeer goed ontvangen en kregen we een zeer interessante demonstratie te zien van hoe manioc verwerkt kan worden. Spijtig dat we niet konden proeven van wat er nu precies mee klaargemaakt wordt. Dat zal voor later zijn.
De terugweg was ook goed maar eenmaal aangekomen was er toch een niet zo aangename verrassing: op het middaguur onder de Afrikaanse zon rijden bleek niet zo’n goed idee. Toch niet als blanke met een ‘fragiel velleke’. We zijn alletwee redelijk goed verbrand, al valt het bij Bernd iets beter mee: hij had zijn deel al gehad dankzij zijn wandeling in Cotonou. Het ergste is dat iedereen nu nog een paar weken zal kunnen zien welke T-shirt ik aanhad die dag. Maar bon, dat nemen we er dan maar bij.
Gisteravond hebben we genoten van een heerlijke maaltijd: een blik ravioli en een blik groene bonen. Koud. Het eten dat je hier kan kopen valt zeer goed mee maar iets herkenbaar eten deed toch ook deugd, ookal kwam het uit blik. Dat in combinatie met weer een hevig en prachtig onweer, maakte onze avond op het terras goed. Het regenseizoen is aan het beginnen dus zulke onweders maken we waarschijnlijk nog een paar keer mee. Tot nu toe genieten we er nog elke keer van.
Vandaag zijn we ook naar een dorp geweest voor ongeveer dezelfde demonstratie. We hebben nog meer beelden, dus we kunnen beginnen aan de eerste reportage te monteren. Goed nieuws.
De mensen vandaag hebben ons zeer goed ontvangen en hebben hele veel gelachen met zichzelf op het fototoestel, ze kregen er maar niet genoeg van.
Iets waaraan je moet wennen als je hier rondloopt/rijdt is ‘Yovo’, dat betekent blanke. Als we buiten ons huis of het kantoor komen, gaat er geen minuut voorbij zonder dat dat woord opduikt. Aan een school passeren is het ergste: alle kinderen komen op je afgelopen en zingen allemaal “Yovo, Yovo, bonsoir, un petit cadeau Yovo Yovo merci” of zoiets. Ter informatie: scholen vind je hier op bijna elke hoek van de straat en we hebben dus het ‘geluk’ van er een én naast het kantoor én naast ons appartement te hebben.
zondag 5 april 2009
Even zwaar teleurgesteld...maar weer veel beter!
Vrijdagavond kwam Amidou terug thuis met het nieuws dat we de volgende ochtend om 7 uur moesten klaarstaan. Maurice zou ons komen halen en ons naar Bohicon brengen.
Dat deed hij ook. We namen afscheid van Amidou en de vriendelijke Bruno en reden langs ‘route des pêches’, en daarna langs ‘route des esclaves’ naar Ouidah, dan via Alladah naar Bohicon.
We komen te laat aan op het bureau, de persoon die ons moet ontvangen is er even niet. Wanneer hij toch aankomt rijden we onmiddellijk naar het appartement/huis dat hij voor ons gevonden heeft. Dit wordt tenslotte onze uitvalsbasis voor de komende 2 maanden. We rijden en rijden, eerst langs de grote asfaltbaan, daarna op grote zandwegen, kleine zandwegen, nog kleinere zandwegen,… Het lijkt erop dat ze ons ergens heel ver weg iets gevonden hebben.
Daarna komen we terug op een asfaltbaan en draaien we af op een grote zandweg, 150 meter verder ligt “Auberge de la Fraternité”. Het ziet er beter uit dan verwacht maar we gaan toch met een klein hartje binnen. We zitten tenslotte niet alleen in Bohicon (als je het opzoekt in de reisgidsen staat er misschien 1 blz uitleg, en die is dan niet eens positief), maar dan ook nog eens in een verlaten stuk Bohicon.
Wanneer we binnenkomen, worden we verwelkomd door de 2 broers die hier ook wonen en de zaak ‘uitbaten(?)’. Ons appartement is groot: grotere living dan in Ledeberg, grote keuken, minikoertje, 2 grote slaapkamers met telkens douche en wc. En dat voor 125 euro per maand.
Proper is het niet, maar daar kan aan gewerkt worden. Gezellig is het ook al niet en die 2 broers, ja we begrijpen het gewoon niet zo goed. 2 broers samen in een mega-complex (zelfs in België zou het groot zijn) dat een auberge zou moeten zijn maar het duidelijk niet is…
Op de koop toe worden we bijna onmiddellijk achterlaten door Maurice, de enige die we hier kennen en door de baas van het bureau, die we maandag zullen leren kennen.
De broers tonen ons het grote terras waar we mogen gebruik van maken en hun tv-zaal waar we ook mogen gaan zitten.
We bedanken iedereen en gaan even bekomen in ons eigen ‘huisje-voor-de-komende-twee-maanden’. Het zag er allemaal niet veelbelovend uit en we gingen bijna direct op zoek naar alternatieven in de reisgidsen. Het prachtige Abomey met de echte ‘herberg’ “Chez Monique” ligt maar 9 km verder… (zoek dat maar eens op, foto’s daarvan op google of Flickr)
We gaan met de jongste broer gaan praten, een paar vraagjes stellen over de vuilbakken, internet, markt,… Hij begeleidt ons naar ‘le cyber avec la connection la plus rapide dans la zone’… Ja, zal inderdaad kloppen, het gaat hier snel. Je moet wel niet teveel nadenken of rondkijken, de aparte kotjes voor iedereen, de screensavers en de websites die op de muren geschreven zijn zeggen genoeg… Maar bon, het gaat snel en het plakkerige toetsenbord en de webcambeelden rondom je moet je er maar bijnemen!
We dachten trouwens dat we ver van het centrum zaten maar het is maar 5 minuten rijden van ons ‘appartement’. We gaan met de ‘Zem’, taxi’s in de vorm van brommertjes met daarop chauffeurs met een paars hemd, daar herken je ze aan.
Daarna gaan we nog even naar de markt om fruit, brood, fruitsap en kaas voor avondeten en ontbijt en komen we thuis.
’s Avonds komen we buiten om een pintje te kopen in de ‘buvette’ rechtover onze ‘auberge’. De wolken zijn prachtig, het gaat bijna regenen. Een van de zaken die ik jullie niet kan uitleggen (deels omdat ik ze zelf niet kan plaatsen) zijn de geuren. Vlak voor de storm zijn deze nog eens zoveel intenser. Denk daarbij aan donkergrijze wolken tegen de rode aarde en groene bomen… echt prachtig!!!
Met dit weer en daarna de hevige regen, met hier een daar ook donder en bliksem eten we op het grote terras, supergezellig! De vriendelijke broer, het snelle internet en de grote markt van daarnet in combinatie met zo’n sfeer om te eten maken alles goed.
Ik heb ook leren genieten van de regen… zalig om alles te voelen afkoelen na 4 dagen schroeiende hitte.
Vandaag is het weer ook al koeler dan de voorbije dagen, het regenseizoen komt eraan (voor een uurtje per dag dan toch).
We zijn nu de blog aan het typen op het bureau van vredeseilanden en ook dat is maar 10 minuten met de Zem. Ik kan me voorstellen dat ik hier graag ga werken, het is gezellig, net groot genoeg, met ventilator en binnenkoertje.
Ik hoop dat dit gevoel nog even blijft hangen, want dan zie ik het zitten om hier te blijven, in het godvergeten Bohicon.
Dat deed hij ook. We namen afscheid van Amidou en de vriendelijke Bruno en reden langs ‘route des pêches’, en daarna langs ‘route des esclaves’ naar Ouidah, dan via Alladah naar Bohicon.
We komen te laat aan op het bureau, de persoon die ons moet ontvangen is er even niet. Wanneer hij toch aankomt rijden we onmiddellijk naar het appartement/huis dat hij voor ons gevonden heeft. Dit wordt tenslotte onze uitvalsbasis voor de komende 2 maanden. We rijden en rijden, eerst langs de grote asfaltbaan, daarna op grote zandwegen, kleine zandwegen, nog kleinere zandwegen,… Het lijkt erop dat ze ons ergens heel ver weg iets gevonden hebben.
Daarna komen we terug op een asfaltbaan en draaien we af op een grote zandweg, 150 meter verder ligt “Auberge de la Fraternité”. Het ziet er beter uit dan verwacht maar we gaan toch met een klein hartje binnen. We zitten tenslotte niet alleen in Bohicon (als je het opzoekt in de reisgidsen staat er misschien 1 blz uitleg, en die is dan niet eens positief), maar dan ook nog eens in een verlaten stuk Bohicon.
Wanneer we binnenkomen, worden we verwelkomd door de 2 broers die hier ook wonen en de zaak ‘uitbaten(?)’. Ons appartement is groot: grotere living dan in Ledeberg, grote keuken, minikoertje, 2 grote slaapkamers met telkens douche en wc. En dat voor 125 euro per maand.
Proper is het niet, maar daar kan aan gewerkt worden. Gezellig is het ook al niet en die 2 broers, ja we begrijpen het gewoon niet zo goed. 2 broers samen in een mega-complex (zelfs in België zou het groot zijn) dat een auberge zou moeten zijn maar het duidelijk niet is…
Op de koop toe worden we bijna onmiddellijk achterlaten door Maurice, de enige die we hier kennen en door de baas van het bureau, die we maandag zullen leren kennen.
De broers tonen ons het grote terras waar we mogen gebruik van maken en hun tv-zaal waar we ook mogen gaan zitten.
We bedanken iedereen en gaan even bekomen in ons eigen ‘huisje-voor-de-komende-twee-maanden’. Het zag er allemaal niet veelbelovend uit en we gingen bijna direct op zoek naar alternatieven in de reisgidsen. Het prachtige Abomey met de echte ‘herberg’ “Chez Monique” ligt maar 9 km verder… (zoek dat maar eens op, foto’s daarvan op google of Flickr)
We gaan met de jongste broer gaan praten, een paar vraagjes stellen over de vuilbakken, internet, markt,… Hij begeleidt ons naar ‘le cyber avec la connection la plus rapide dans la zone’… Ja, zal inderdaad kloppen, het gaat hier snel. Je moet wel niet teveel nadenken of rondkijken, de aparte kotjes voor iedereen, de screensavers en de websites die op de muren geschreven zijn zeggen genoeg… Maar bon, het gaat snel en het plakkerige toetsenbord en de webcambeelden rondom je moet je er maar bijnemen!
We dachten trouwens dat we ver van het centrum zaten maar het is maar 5 minuten rijden van ons ‘appartement’. We gaan met de ‘Zem’, taxi’s in de vorm van brommertjes met daarop chauffeurs met een paars hemd, daar herken je ze aan.
Daarna gaan we nog even naar de markt om fruit, brood, fruitsap en kaas voor avondeten en ontbijt en komen we thuis.
’s Avonds komen we buiten om een pintje te kopen in de ‘buvette’ rechtover onze ‘auberge’. De wolken zijn prachtig, het gaat bijna regenen. Een van de zaken die ik jullie niet kan uitleggen (deels omdat ik ze zelf niet kan plaatsen) zijn de geuren. Vlak voor de storm zijn deze nog eens zoveel intenser. Denk daarbij aan donkergrijze wolken tegen de rode aarde en groene bomen… echt prachtig!!!
Met dit weer en daarna de hevige regen, met hier een daar ook donder en bliksem eten we op het grote terras, supergezellig! De vriendelijke broer, het snelle internet en de grote markt van daarnet in combinatie met zo’n sfeer om te eten maken alles goed.
Ik heb ook leren genieten van de regen… zalig om alles te voelen afkoelen na 4 dagen schroeiende hitte.
Vandaag is het weer ook al koeler dan de voorbije dagen, het regenseizoen komt eraan (voor een uurtje per dag dan toch).
We zijn nu de blog aan het typen op het bureau van vredeseilanden en ook dat is maar 10 minuten met de Zem. Ik kan me voorstellen dat ik hier graag ga werken, het is gezellig, net groot genoeg, met ventilator en binnenkoertje.
Ik hoop dat dit gevoel nog even blijft hangen, want dan zie ik het zitten om hier te blijven, in het godvergeten Bohicon.
vrijdag 3 april 2009
Rustig acclimatiseren
Wat is er gebeurd sinds woensdag? Niet veel eigenlijk.
Het werk begint pas maandag dus hebben we nu vooral de opdracht gekregen om te ontspannen, het leven hier te leren kennen en te acclimatiseren. Dat laatste is het moeilijkste als je het letterlijk neemt. Ookal heb ik minder moeite met de warmte dan Bernd, na enkele dagen begin je toch te begrijpen waarom sommige zaken hier trager gaan…
De verhalen van Bernd over de negatieve aspecten van Mali, kloppen hier in Bénin tot nu toe nog niet. Alles heeft een vaste prijs, mensen zijn vriendelijk en dringen niet echt aan met hun koopwaar of vervoer als je vriendelijk “non merci” zegt. Ik was voorbereid op het ergste maar dat is momenteel nog niet nodig geweest. Er is ook nog steeds niets mis met onze maag of andere spijsverteringsonderdelen dus ook dat is een opluchting. Wie weet komt het nog, we letten op. Maar we hebben wel al water van de kraan gedronken en er niets aan overgehouden dus dat valt mee. Behalve de vis die je bij elke maaltijd krijgt en die we ondertussen grondig beu zijn, is het eten hier een paradijs. Alleen al voor het vers fruit dan je hier om de 2-3 meter vind zou ik hier blijven. 4 mango’s of een ananas voor 100 CFA (=15 cent), 1 avocado voor 200 CFA,… Vitamientjes zal ik hier niet snel te kort komen.
Het hoogtepunt van de laatste dagen was ongetwijfeld de grote markt van Cotonou. Zo groot als het centrum van gent, chaos tot en met en een opeenstapeling van mensen, goederen, moto’s, auto’s, tentjes, gangetjes, kleren, stoffen, naaisters, kippen, vis, … die moeilijk te beschrijven valt. Ik ga er mij dan ook niet aan wagen en het proberen uitleggen aan de hand van Bernd zijn foto’s wanneer we die kunnen uploaden of wanneer we terug zijn.
Woensdag was er hier rechtover ons huis ook een religieuze ceremonie: mensen in het wit gekleed die zongen en die nogal hevig ‘iets’ aan het verdrijven waren met bezems. We hebben het nagevraagd en het bleek geen voodoo te zijn. De voodoo-ceremonies vinden op vrijdag plaats, vanavond dus, aan het strand. Ik ben dus benieuwd wat de avond brengt… We zitten op 150 meter van het strand dus we zullen het wel horen tot hier.
Morgen komt onze gastheer terug uit Bohicon en dan (of zondag) vertrekken wij naar daar. Hopelijk is de lucht daar droger en de hitte zo draaglijker. Ze hebben een gemeubeld appartement/huis gevonden voor ons voor 125 euro per maand dus dat is alleszins goed nieuws. We hebben het nog niet gezien maar Amidou verzekerde ons dat het een meer dan eerlijke prijs was… laat ons hopen! Meer nieuws dus van in Bohicon!
Het werk begint pas maandag dus hebben we nu vooral de opdracht gekregen om te ontspannen, het leven hier te leren kennen en te acclimatiseren. Dat laatste is het moeilijkste als je het letterlijk neemt. Ookal heb ik minder moeite met de warmte dan Bernd, na enkele dagen begin je toch te begrijpen waarom sommige zaken hier trager gaan…
De verhalen van Bernd over de negatieve aspecten van Mali, kloppen hier in Bénin tot nu toe nog niet. Alles heeft een vaste prijs, mensen zijn vriendelijk en dringen niet echt aan met hun koopwaar of vervoer als je vriendelijk “non merci” zegt. Ik was voorbereid op het ergste maar dat is momenteel nog niet nodig geweest. Er is ook nog steeds niets mis met onze maag of andere spijsverteringsonderdelen dus ook dat is een opluchting. Wie weet komt het nog, we letten op. Maar we hebben wel al water van de kraan gedronken en er niets aan overgehouden dus dat valt mee. Behalve de vis die je bij elke maaltijd krijgt en die we ondertussen grondig beu zijn, is het eten hier een paradijs. Alleen al voor het vers fruit dan je hier om de 2-3 meter vind zou ik hier blijven. 4 mango’s of een ananas voor 100 CFA (=15 cent), 1 avocado voor 200 CFA,… Vitamientjes zal ik hier niet snel te kort komen.
Het hoogtepunt van de laatste dagen was ongetwijfeld de grote markt van Cotonou. Zo groot als het centrum van gent, chaos tot en met en een opeenstapeling van mensen, goederen, moto’s, auto’s, tentjes, gangetjes, kleren, stoffen, naaisters, kippen, vis, … die moeilijk te beschrijven valt. Ik ga er mij dan ook niet aan wagen en het proberen uitleggen aan de hand van Bernd zijn foto’s wanneer we die kunnen uploaden of wanneer we terug zijn.
Woensdag was er hier rechtover ons huis ook een religieuze ceremonie: mensen in het wit gekleed die zongen en die nogal hevig ‘iets’ aan het verdrijven waren met bezems. We hebben het nagevraagd en het bleek geen voodoo te zijn. De voodoo-ceremonies vinden op vrijdag plaats, vanavond dus, aan het strand. Ik ben dus benieuwd wat de avond brengt… We zitten op 150 meter van het strand dus we zullen het wel horen tot hier.
Morgen komt onze gastheer terug uit Bohicon en dan (of zondag) vertrekken wij naar daar. Hopelijk is de lucht daar droger en de hitte zo draaglijker. Ze hebben een gemeubeld appartement/huis gevonden voor ons voor 125 euro per maand dus dat is alleszins goed nieuws. We hebben het nog niet gezien maar Amidou verzekerde ons dat het een meer dan eerlijke prijs was… laat ons hopen! Meer nieuws dus van in Bohicon!
woensdag 1 april 2009
Eerste verslagje...
De vlucht verliep vlot en rustig: een bijna leeg vliegtuig, 3 uren lang niet anders dan woestijn onder ons en daarna wolken tot vlak boven Cotonou. De wolken waren supermooi: het waren precies reuze-slagroomtaarten.
We landen in een redelijk moderne luchthaven, we plakken al vanaf de tweede stap uit het vliegtuig: 29°C en vochtig. Bernd verwittigt dat ik hieraan zal moeten wennen. Daar kan ik mee leven, maar toch ben ik blij dat we ’s avonds aankomen en niet wanner de zon nog volop schijnt.
De controle en bagage afhalen gaan bijzonder snel. Wanneer we buiten komen staat Maurice ons op te wachten, een medewerker van VECO West-Africa. Hij verwelkomt ons, laadt onze bagage in en voert ons naar Amidou, onze stagebegeleider.
We komen aan bij hem thuis, zetten onze bagage in onze kamer, kijken even rond en zijn onder de indruk van de eigen kamer met dubbel bed, ventilator, douche en wc. Hier zullen we de eerste week verblijven.
Mama Eva denkt aan de muggen, doet product aan en geeft het ook door aan Bernd.
We installeren ons op het terras, eten vis uit Llomé (hoofdstad Togo) die Amidou die dag nog van daar meebracht. We krijgen ook verse ananas en drinken een pintje ‘Béninoise’ met een sigaretje.
Als je neerzit en iets te drinken hebt valt de warmte mee, al was ik wel benieuwd wat de volgende dag zou brengen, als de zon zal schijnen.
De nacht was beter dan verwacht: met de ventilator aan kan je redelijk goed slapen. Schrik heb ik ook al niet: onze deur is op slot, de voordeur ook, Amidou slaapt boven, het huis is ommuurd en voor de deur staat de ‘guardien’, heel de nacht. Dat is hier op veel plaatsen de gewoonte: voor bijna elke deur zie je iemand de wacht houden.
Als we de volgende dag opstaan rond 6u30, merken we al snel dat de ochtend meevalt en het aangenaamst en leefbaarst is.
Bruno, de ‘huishouder’, brengt ons een heerlijk ontbijt: brood, koffie met geconcentreerde melk uit blik, sardientjes met limoen en ajuin, een heerlijk omelet en verse ananas. En wij die dachten bijna 3 maanden zonder brood en melk te leven… In de reisgidsen stond al te lezen dat het eten in Bénin het beste is van West-Afrika met het meest diverse aanbod maar dit hadden we toch niet verwacht.
Daarna volgt de eerste rit met daglicht door Cotonou, ookal zitten wel eigenlijk op wandelafstand van het kantoor. We rijden door de soms zand-, soms verharde wegen, langs het strand (met palmbomen!) naar het kantoor.
We worden voorgesteld aan de collega’s en op het terras gezet. We weten niet goed wat de bedoeling is en besluiten ons dus te installeren met de kaart en reisgidsen. Na een uurtje ongeveer merken we dat de koelte die enigszins aanwezig was, tegen ongeveer 9 uur volledig verdwenen is. De zee ligt maar 100 meter verder, we kunnen ze zien liggen want we zitten op de 2de verdieping van het gebouw: ze ziet er zeer aantrekkelijk uit, met de hitte die er nu reeds heerst.
Na de uitleg over de projecten en de organisatie, onze opdracht en een aantal praktische zaken, geven we geld aan Yolande om te laten wisselen en wandelen we rustig naar huis.
Voor mij een paradijselijke wandeling: overal baby’s en kindjes! Recht tegenover het kantoor is er trouwens ook een schooltje: joepie!
Thuis worden de laptops bovengehaald om een aantal zaken (waaronder dit) in te typen. De internetverbinding is er en is ook stabiel maar kost momenteel nog heel veel geld (zoals bij ons ook vroeger: via de telefoonlijn en betalend per minuut/uur). Daarom schrijven we alles op voorhand en zetten we alles in een keer op internet. We zullen dus aangewezen zijn op de vele internetcafés als we eens rustig willen op internet gaan, zonder schuldgevoel over de kostprijs.
Foto's zullen voor een andere keer zijn, als we (wie weet?) een snellere internetverbinding vinden...
Voor een iets lyrischer verslag of een andere kijk op de zaken, kan je ook Bernd zijn blog lezen op berndfink.blogspot.com.
We landen in een redelijk moderne luchthaven, we plakken al vanaf de tweede stap uit het vliegtuig: 29°C en vochtig. Bernd verwittigt dat ik hieraan zal moeten wennen. Daar kan ik mee leven, maar toch ben ik blij dat we ’s avonds aankomen en niet wanner de zon nog volop schijnt.
De controle en bagage afhalen gaan bijzonder snel. Wanneer we buiten komen staat Maurice ons op te wachten, een medewerker van VECO West-Africa. Hij verwelkomt ons, laadt onze bagage in en voert ons naar Amidou, onze stagebegeleider.
We komen aan bij hem thuis, zetten onze bagage in onze kamer, kijken even rond en zijn onder de indruk van de eigen kamer met dubbel bed, ventilator, douche en wc. Hier zullen we de eerste week verblijven.
Mama Eva denkt aan de muggen, doet product aan en geeft het ook door aan Bernd.
We installeren ons op het terras, eten vis uit Llomé (hoofdstad Togo) die Amidou die dag nog van daar meebracht. We krijgen ook verse ananas en drinken een pintje ‘Béninoise’ met een sigaretje.
Als je neerzit en iets te drinken hebt valt de warmte mee, al was ik wel benieuwd wat de volgende dag zou brengen, als de zon zal schijnen.
De nacht was beter dan verwacht: met de ventilator aan kan je redelijk goed slapen. Schrik heb ik ook al niet: onze deur is op slot, de voordeur ook, Amidou slaapt boven, het huis is ommuurd en voor de deur staat de ‘guardien’, heel de nacht. Dat is hier op veel plaatsen de gewoonte: voor bijna elke deur zie je iemand de wacht houden.
Als we de volgende dag opstaan rond 6u30, merken we al snel dat de ochtend meevalt en het aangenaamst en leefbaarst is.
Bruno, de ‘huishouder’, brengt ons een heerlijk ontbijt: brood, koffie met geconcentreerde melk uit blik, sardientjes met limoen en ajuin, een heerlijk omelet en verse ananas. En wij die dachten bijna 3 maanden zonder brood en melk te leven… In de reisgidsen stond al te lezen dat het eten in Bénin het beste is van West-Afrika met het meest diverse aanbod maar dit hadden we toch niet verwacht.
Daarna volgt de eerste rit met daglicht door Cotonou, ookal zitten wel eigenlijk op wandelafstand van het kantoor. We rijden door de soms zand-, soms verharde wegen, langs het strand (met palmbomen!) naar het kantoor.
We worden voorgesteld aan de collega’s en op het terras gezet. We weten niet goed wat de bedoeling is en besluiten ons dus te installeren met de kaart en reisgidsen. Na een uurtje ongeveer merken we dat de koelte die enigszins aanwezig was, tegen ongeveer 9 uur volledig verdwenen is. De zee ligt maar 100 meter verder, we kunnen ze zien liggen want we zitten op de 2de verdieping van het gebouw: ze ziet er zeer aantrekkelijk uit, met de hitte die er nu reeds heerst.
Na de uitleg over de projecten en de organisatie, onze opdracht en een aantal praktische zaken, geven we geld aan Yolande om te laten wisselen en wandelen we rustig naar huis.
Voor mij een paradijselijke wandeling: overal baby’s en kindjes! Recht tegenover het kantoor is er trouwens ook een schooltje: joepie!
Thuis worden de laptops bovengehaald om een aantal zaken (waaronder dit) in te typen. De internetverbinding is er en is ook stabiel maar kost momenteel nog heel veel geld (zoals bij ons ook vroeger: via de telefoonlijn en betalend per minuut/uur). Daarom schrijven we alles op voorhand en zetten we alles in een keer op internet. We zullen dus aangewezen zijn op de vele internetcafés als we eens rustig willen op internet gaan, zonder schuldgevoel over de kostprijs.
Foto's zullen voor een andere keer zijn, als we (wie weet?) een snellere internetverbinding vinden...
Voor een iets lyrischer verslag of een andere kijk op de zaken, kan je ook Bernd zijn blog lezen op berndfink.blogspot.com.
Abonneren op:
Posts (Atom)