zaterdag 18 april 2009

Druk druk en beninees frans

Toen we vrijdagochtend toekwamen op het bureau hing er planning op voor de komende weken… wij die dachten tijd te veel te hebben bleken er nu bijna te kort te komen.
Volgende week zit vol van dinsdag tot vrijdag met onder andere een bezoek aan het rijstproject in het departement ‘Les Collines’. Dat betekent ook dat de week erna bijna volledig gebruikt zal worden om de reportage daarover af te maken en ze wie weet al te linken aan die van de maniokprojecten die dit weekend ook af zal zijn. Daarna nog een weekje gewoon werken op kantoor, dan een weekendje Cotonou, een week of langer naar Togo, nog een week op kantoor, … en eindigen met een week in Cotonou… als je het zo bekijkt gaat alles wel bijzonder snel!
Ik ben er ondertussen in geslaagd om een paar foto’s te mailen… en dan nog op het ‘drukste internetmoment’ van de dag. Ik probeer het binnenkort nog eens en wie weet krijg ik ze deze week eindelijk op facebook… Ik laat het zeker weten.
Tussendoor even een les in ‘Beninees Frans’:
’s Ochtends, als we op het bureau toekomen zegt de guardien ‘Bonne arrivée’. Hij vraagt daarmee of we goed aangekomen zijn en heet ons tegelijkertijd welkom. Als we dan ’s middags gaan eten vraagt de chauffeur ‘Vous avez fait un peu?’, waarmee hij dus bedoelt of we goed kunnen werken hebben. ’s Avonds, als we uit de buvette weggaan met ons dagelijks pintje en cola, zegt de jongen die daar werkt ‘On se tient’, en daarmee bedoelt hij (denken we): we zien elkaar nog wel.
Allemaal zaken die je de eerste 5 keer niet begrijpt omdat wij ze totaal niet gebruiken en omdat ze vaak ook niet echt binnen de context passen, voor ons dan. ‘Bonsoir’ geldt hier ook als algemene begroeting vanaf ongeveer de middag, soms iets vroeger. Waarschijnlijk is het even logisch als ‘bonjour’ om 8 uur ’s avonds. En ook ‘à tout à l’heure’ (zou echt niet weten hoe je het schrijft) word hier anders gebruikt, het betekent gewoon tot ziens. ‘C’est gratuit’ betekent ook gewoon ‘graag gedaan’. Als je daar ook nog eens het verschil in intonatie bij denkt, dan is het zelfs voor iemand als ik, die tweetalig opgevoed is niet altijd makkelijk om iedereen te begrijpen, laat staan juist te reageren.
Maar ookal begrijpen we het niet altijd, we gebruiken bijna al deze uitdrukkingen wel al zelf. Vooral ‘bonsoir’ went snel, ‘bonne arrivée’ ook. Het is ondertussen ookal een gewoonte om te zwaaien naar de kindjes die hét ‘Yovo-liedje’ zingen: “Yovo, Yovo bonsoir, cava(?), cava bien, merci”. Ze leren het volgens mij op school en thuis, want zelfs als ze nog niet deftig kunnen spreken rolt dat er wel al perfect uit.
Bernd had mij verwittigd, na zijn ervaringen in Mali, dat nogal wat mensen iets willen krijgen als ze een blanke/Yovo zien. De eerste weken bleek dat niet te kloppen maar ondertussen is het schering en inslag. ’s Avonds hebben we veel tijd en genieten we met een pintje op ons gigantisch terras van de verkoeling die de avond brengt, en schrijven we veel. Een fragment uit iets dat ik schreef om uit te leggen dat het soms vermoeiend is om blank te zijn in Afrika (of dan toch West-Afrika), maar ook met de nodige relativering daarna:
“…’s Middags gaan we vaak eten in de ‘Jardin de l’hotel de ville de Bohicon’. De tweede of de derde keer dat we daar kwamen ging de serveester even zitten aan tafel om onze bestelling op te nemen en liep ze glimlachend naar de bar toen die taak erop zat. Ook het meisje aan wie ik mijn eten ging bestellen, lachte toen we aangelopen kwamen. Oef, dacht ik, na de redelijk norse bediening van de eerste keer. Ze herkent ons (niet zo moeilijk hier) en ze is bovendien even blij als ons om bekende gezichten te zien. De glimlach verdween niet van haar gezicht toen ze vroeg wat ik haar meegebracht had van mijn land. Toen ik haar vertelde dat ik niet mee had buiten mijn eigen, noodzakelijke en eerder beperkte bagage, zei ze, nog steeds met de glimlach ‘Je vais me fâcher’ en dat ik haar dan tenminste mijn T-shirt kon geven. Tot zover het relaas van een van de zovele keren dat je hier denkt iemand te beginnen kennen maar toch weer op diezelfde vraag stuit. Diezelfde dag gaan we een ananas kopen op de markt. Ook dit doen we, zoals bijna alle boodschappen, elke dag bij dezelfde vrouw. Ik vraag één ananas en krijg er twee. Om moedeloos van te worden, altijd proberen ze dat, om iets meer geld te krijgen. ‘Cadeau’ zegt ze en glimlacht. Ik glimlach ook en zeg ‘merci’ en krijg bijna de tranen in mijn ogen. En dat gevoel, daar ben ik dus wel dankbaar voor. En ik zou dat waarschijnlijk niet hebben zonder de andere, mindere ervaringen, dus ben ik onrechtstreeks ook daar dankbaar voor. …”
En als afsluiter, aan alle mensen in België: geniet van de frietjes, de verse (echte) koffie, de graslei als het mooi weer is, frisse dingen in het algemeen (die dus uit een frigo komen die wel goed werkt), slapen zonder slecht opgehangen muskietennet waar je ’s nachts mee in de knoop ligt, … allemaal dingen die we ergens toch wel missen en dubbel en dik van gaan genieten als we terug zijn. Een van de grootste lessen hier is denk ik veel zaken toch iets sneller leren appreciëren.

Geen opmerkingen: