De vlucht verliep vlot en rustig: een bijna leeg vliegtuig, 3 uren lang niet anders dan woestijn onder ons en daarna wolken tot vlak boven Cotonou. De wolken waren supermooi: het waren precies reuze-slagroomtaarten.
We landen in een redelijk moderne luchthaven, we plakken al vanaf de tweede stap uit het vliegtuig: 29°C en vochtig. Bernd verwittigt dat ik hieraan zal moeten wennen. Daar kan ik mee leven, maar toch ben ik blij dat we ’s avonds aankomen en niet wanner de zon nog volop schijnt.
De controle en bagage afhalen gaan bijzonder snel. Wanneer we buiten komen staat Maurice ons op te wachten, een medewerker van VECO West-Africa. Hij verwelkomt ons, laadt onze bagage in en voert ons naar Amidou, onze stagebegeleider.
We komen aan bij hem thuis, zetten onze bagage in onze kamer, kijken even rond en zijn onder de indruk van de eigen kamer met dubbel bed, ventilator, douche en wc. Hier zullen we de eerste week verblijven.
Mama Eva denkt aan de muggen, doet product aan en geeft het ook door aan Bernd.
We installeren ons op het terras, eten vis uit Llomé (hoofdstad Togo) die Amidou die dag nog van daar meebracht. We krijgen ook verse ananas en drinken een pintje ‘Béninoise’ met een sigaretje.
Als je neerzit en iets te drinken hebt valt de warmte mee, al was ik wel benieuwd wat de volgende dag zou brengen, als de zon zal schijnen.
De nacht was beter dan verwacht: met de ventilator aan kan je redelijk goed slapen. Schrik heb ik ook al niet: onze deur is op slot, de voordeur ook, Amidou slaapt boven, het huis is ommuurd en voor de deur staat de ‘guardien’, heel de nacht. Dat is hier op veel plaatsen de gewoonte: voor bijna elke deur zie je iemand de wacht houden.
Als we de volgende dag opstaan rond 6u30, merken we al snel dat de ochtend meevalt en het aangenaamst en leefbaarst is.
Bruno, de ‘huishouder’, brengt ons een heerlijk ontbijt: brood, koffie met geconcentreerde melk uit blik, sardientjes met limoen en ajuin, een heerlijk omelet en verse ananas. En wij die dachten bijna 3 maanden zonder brood en melk te leven… In de reisgidsen stond al te lezen dat het eten in Bénin het beste is van West-Afrika met het meest diverse aanbod maar dit hadden we toch niet verwacht.
Daarna volgt de eerste rit met daglicht door Cotonou, ookal zitten wel eigenlijk op wandelafstand van het kantoor. We rijden door de soms zand-, soms verharde wegen, langs het strand (met palmbomen!) naar het kantoor.
We worden voorgesteld aan de collega’s en op het terras gezet. We weten niet goed wat de bedoeling is en besluiten ons dus te installeren met de kaart en reisgidsen. Na een uurtje ongeveer merken we dat de koelte die enigszins aanwezig was, tegen ongeveer 9 uur volledig verdwenen is. De zee ligt maar 100 meter verder, we kunnen ze zien liggen want we zitten op de 2de verdieping van het gebouw: ze ziet er zeer aantrekkelijk uit, met de hitte die er nu reeds heerst.
Na de uitleg over de projecten en de organisatie, onze opdracht en een aantal praktische zaken, geven we geld aan Yolande om te laten wisselen en wandelen we rustig naar huis.
Voor mij een paradijselijke wandeling: overal baby’s en kindjes! Recht tegenover het kantoor is er trouwens ook een schooltje: joepie!
Thuis worden de laptops bovengehaald om een aantal zaken (waaronder dit) in te typen. De internetverbinding is er en is ook stabiel maar kost momenteel nog heel veel geld (zoals bij ons ook vroeger: via de telefoonlijn en betalend per minuut/uur). Daarom schrijven we alles op voorhand en zetten we alles in een keer op internet. We zullen dus aangewezen zijn op de vele internetcafés als we eens rustig willen op internet gaan, zonder schuldgevoel over de kostprijs.
Foto's zullen voor een andere keer zijn, als we (wie weet?) een snellere internetverbinding vinden...
Voor een iets lyrischer verslag of een andere kijk op de zaken, kan je ook Bernd zijn blog lezen op berndfink.blogspot.com.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten